Let op: uw browser is verouderd waardoor de website niet goed wordt weergegeven. Meer informatie

Pensioen in drie pijlers.

Pensioen in drie pijlers.

Pensioen. Elke ondernemer met mensen in dienst, krijgt ermee te maken. Wist u dat pensioen de meest gewilde secundaire arbeidsvoorwaarde is? Een goede pensioenregeling kan dus aantrekkelijk zijn. Voor het behouden en motiveren van uw werknemers. Of bij het aantrekken van nieuw personeel.

Maar hoe weet u wat voor soort pensioen het beste bij uw organisatie past? Om een bewuste keuze te kunnen maken informeren wij u graag over hoe het Nederlandse pensioenstelsel in elkaar steekt.

De drie pijlers van het pensioengebouw

De manier waarop we in Nederland het pensioen regelen, noemen we het pensioengebouw. Dit pensioengebouw bestaat uit drie pijlers: pensioen van de overheid, pensioen van de werkgever en aanvullingen die u privé doet.

Pensioen 1e pijler: de overheid (AOW)

De eerste pijler van de pensioenen in Nederland is de overheid. Elke Nederlander ontvangt een basispensioen. Dit is vastgelegd in de Algemene Ouderdomswet (AOW). De leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat is op dit moment 65 jaar. In de komende jaren wordt de AOW-leeftijd in stappen verhoogd naar 67 jaar.

Naast de AOW zijn er nog andere situaties waarbij de overheid pensioen uitkeert: bij arbeidsongeschiktheid en bij overlijden. In dit laatste geval krijgen uw nabestaanden een pensioenuitkering. Uw achterblijvende partner (en/of uw kind) ontvangt dan maandelijks een bedrag.

Pensioen 2e pijler: de werkgever

De meeste werknemers in Nederland bouwen pensioen op samen met de werkgever. Dit is de tweede pijler van het pensioengebouw.

Vaak is de werkgever verplicht om het pensioen onder te brengen bij een pensioenfonds. Is dat niet het geval? Dan kunt u een collectieve regeling voor uw werknemers onderbrengen bij een pensioenverzekeraar.

Pensioen 3e pijler: privé

Bovenop het pensioen van de overheid en van de werkgever kan de werknemer ook zelf voor extra pensioenaanvulling zorgen. Bijvoorbeeld als het pensioen van de overheid (AOW) en het werkgeverspensioen niet voldoende is om de gewenste levensstijl voort te zetten. De werknemer kan zelf aanvullen door te sparen, te beleggen of bijvoorbeeld een lijfrenteverzekering af te sluiten.