Dispensatie van bedrijfspensioenfonds.
ImagePensioenakkoord

Dispensatie van bedrijfspensioenfonds.

ImageLeestijd 5 minuten

In juni 2022 stond er een artikel in PensioenPro waarin beargumenteerd werd dat dispensatie van een bedrijfspensioenfonds (BPF) aantrekkingskracht verliest in het nieuwe stelsel.

Werkgevers met een verplicht gesteld fonds die een eigen regeling willen aanbieden, moeten aantonen dat die actuarieel gelijkwaardig is aan de regeling van het fonds. Hoe zij dat onder de nieuwe wet precies moeten aantonen is volgens de deskundigen nog niet helder. Het verdient aandacht in de uitwerking van lagere wet en regelgeving. Persoonlijk denk ik overigens dat onder het nieuwe stelsel actuariële gelijkwaardigheid juist makkelijker aan te tonen is. Maar dit even terzijde.

Door: Berry van Sonsbeek, Product Marktmanager Zwitserleven

Een van de genoemde argumenten waardoor dispensatie minder aantrekkelijk is, is dat werkgevers die actuariële gelijkwaardigheid niet willen aantonen. Omdat ze door de overgang naar het BPF juist kunnen voorkomen dat ze uiterlijk 1 januari 2027 twee regelingen gaan voeren. Een regeling met een progressieve premie voor bestaande deelnemers én een regeling met een vlakke premie voor nieuwe deelnemers.

Een ander argument voor het vervallen van de aantrekkelijkheid is dat we onder het nieuwe stelsel alleen nog premieregelingen kennen. En daarmee vervalt het argument van met name internationale ondernemingen dat ze liever een premie regeling hebben bij een verzekeraar of PPI dan een middelloonregeling bij een BPF.

De discussie met de betreffende werkgevers op bovenstaande argumenten vraagt om wat tegengas. Ik zou daarom de volgende aspecten die wel degelijk pleiten voor dispensatie laten meewegen in het adviestraject rond de overgang naar het nieuwe stelsel:

  1. 1. Een premieregeling bij een PPI of verzekeraar biedt voor deelnemers veelal meer keuzemogelijkheden voor deelnemers dan bij een BPF. Denk bijvoorbeeld aan het afstemmen van lifecycles op persoonlijke beleggerprofielen en de volledige vrijheid van keuze van pensioenuitvoerder in de uitkeringsfase;
    2. Als de werkgever een premieregeling laat uitvoeren door een PPI of verzekeraar, heeft hij meer vrijheid om de pensioenuitvoerder te kiezen die het beste past bij de wensen en cultuur van de werkgever en de verbonden werknemers;
    3. Is er ontevredenheid over de pensioenuitvoerder, dan ben je bij een verzekeraar of PPI vrijer om naar een andere uitvoerder te gaan;
    4. Als het BPF kiest voor de solidaire premieregeling kunnen participerende werkgevers bijdragen aan solidariteitsreserves. De vraag is in hoeverre de specifieke deelnemers van een werkgever daar in gelijke mate van profiteren (het is en blijft een vorm van herverdeling van gelden);
    5. Hanteert een BPF een ander beleggingsbeleid (bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid) dan een werkgever voor ogen heeft, dan is het goed een andere keuze te maken voor een passende PPI of verzekeraar.

We moeten niet vergeten dat er voldoende werkgevers zijn die wel voorstander zijn van een verplicht gestelde pensioenregeling in de sector, maar graag het stuur in eigen hand willen hebben als het gaat om de keuze van de pensioenuitvoerder. En daarmee per definitie niet vast willen zitten aan een BPF.

Laat helder zijn, ik ben geen tegenstander van een BPF. Er zijn voorbeelden waarbij het prima werkt. Echter de gedachte achter het ontstaan van een BPF was dat er binnen een sector geen concurrentie op de arbeidsvoorwaarde pensioen wenselijk was. Met het nieuwe pensioenstelsel is dat ook zonder de verplichtstelling mogelijk. En kunnen ze naast elkaar bestaan, waarbij de werkgever vrij moet zijn om samen met de werknemers te kiezen voor een passende pensioenuitvoerder.


Dit artikel is gepubliceerd op 22 augustus 2022

Meer over het pensioenakkoord

Slip of the pen in beantwoording van vragen door de minister.

Berry van Sonsbeek is in zijn laatste opiniestuk ingegaan op de compensatie­regeling die in alle gevallen ook van toepassing moet zijn voor nieuwe werknemers. Uit de stukken van de tweede ronde vragen en antwoorden tussen de minister en Tweede Kamer (gepubliceerd op 30 juni jl.) is een aantal dingen naar voren gekomen.

Leestijd 4 minuten

Compensatie­regelingen leiden tot gebruik van de eerbiedigende werking.

Het recent verschenen document met vragen van de Tweede Kamer over het nieuwe stelsel en de antwoorden daarop van minister Schouten, geeft wat reden voor het fronzen van wenkbrauwen. Een column van Berry van Sonsbeek.

Leestijd 8 minuten

Fiscale aspecten Wet toekomst pensioenen.

Op 30 maart 2022 is het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen ingediend bij de Tweede Kamer. Voor werkgevers, werknemers en adviseurs gaat er komende tijd veel veranderen. Daarbij is een goede voorbereiding en de juiste kennis van belang als naar verwachting op 1 januari 2023 de wet van kracht is.

Leestijd 2 minuten

Marktrentestaffels Zwitserleven.

De laatste tijd is de rente aan het oplopen en dat heeft gevolgen voor onder andere de marktrentestaffels van Zwitserleven. In dit artikel leest u waarom. Zwitserleven hanteert op dit moment marktrentestaffels op basis van 2% en 2,5% voor beschikbare premie­regelingen. Of we een kostprijsstaffel mogen offreren hangt af van de referentierente.

Leestijd 4 minuten

Voor- en nadelen van een flexibele premie­regeling.

In het nieuwe pensioenstelsel hebben we uiteindelijk de flexibele premie­regeling en de solidaire premie­regeling. Het grootste verschil zit in de manier waarop rendementen bij de deelnemers te­rechtkomen en de mate waarin gebruik wordt gemaakt van solidariteitsreserves.

Leestijd 5 minuten

Meer lezen?

Lees meer artikelen over het pensioenakkoord. Berry van Sonsbeek en anderen duiken in de details en houden de actualiteit in de gaten.