‘Staak verplichte gelijke behandeling slapers en gepensioneerden’
ImagePensioenakkoord

‘Staak verplichte gelijke behandeling slapers en gepensioneerden’

ImageLeestijd 2 minuten

Schrap het wetsartikel dat gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden verplicht, stelt Lennaert van Anken, Head Buy-out & Corporate Development bij Zwitserleven. Zolang die wet van kracht is, kunnen pensioenfondsen niet toewerken naar het nieuwe stelsel waarin rendementen worden verdeeld op basis van de risicohouding van leeftijdscohorten.

Enkele weken geleden pleitten Angela Peters en Pieter Kiveron in PensioenPro voor afschaffing van artikel 58 uit de Pensioenwet, dat gelijke indexatie voorschrijft voor slapers en gepensioneerden in dezelfde pensioenregeling. Dat wetsartikel is inderdaad in strijd met het pensioenakkoord. Het beperkt de keuzemogelijkheid van fondsbesturen bij de overgang naar het nieuwe stelsel. De wetgever zou het artikel moeten schrappen, liever vandaag dan morgen.

Pensioenbesturen en DNB zien artikel 58 uit de Pensioenwet als de belangrijkste belemmering om een ‘pensioner carve out’ uit te voeren. Bij zo’n carve-out brengt een pensioenfonds een deel van de verplichtingen onder bij een verzekeraar. Hierdoor is het mogelijk om gepensioneerden meer zekerheid en indexatie-perspectief te bieden. Tot op heden mag dit niet, omdat het pensioen van gepensioneerden zich dan anders zal ontwikkelen dan het pensioen van de slapers.

Deze beperking past niet in de opzet van het nieuwe pensioenstelsel. Dat stelsel is er juist op gericht om de behaalde rendementen te verdelen naar risicohouding van deelnemers per leeftijdscohort. De pensioenen van deelnemers zullen zich dus anders ontwikkelen binnen één en dezelfde pensioenregeling. Per leeftijdscohort wordt een rendement bepaald, dat per individu vervolgens een ander effect heeft op zijn pensioenresultaat.

Een voorbeeld ter illustratie. Stel dat een pensioenfonds voor alle gepensioneerden hetzelfde rendement toekent in de jaarlijkse rendementsverdeling. Dan zal dit rendement per deelnemer verschillen, want een 68-jarige gepensioneerde heeft een langere horizon dan een 90-jarige. Bij eenzelfde overrendement ziet een 68-jarige zijn uitkering minder hard stijgen dan een 90-jarige omdat de verhoging wordt uitgesmeerd over de verwachte looptijd. Dus zelfs binnen de groep gepensioneerden bij gelijke rendementsverdeling zal dat in termen van indexatie anders uitpakken. Deze verschillen worden nog groter tussen de deelnemersgroepen slapers en gepensioneerden.

Artikel 58 nu al niet van toepassing

Bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is invaren van de huidige pensioenen bij pensioenfondsen de standaard. In deze systematiek wordt voorgesorteerd op de situatie waarin behaalde rendementen worden verdeeld naar een risicohouding per deelnemersgroep. Daarom zal een fondsbestuur bij de belangenafweging van het invaarbesluit ook kijken naar de risicohouding per deelnemersgroep. In de praktijk is het gelijke-behandelingsprincipe van artikel 58 dus nu al niet meer van toepassing.

Om ervoor te zorgen dat pensioenfondsbesturen een zorgvuldige belangenafweging kunnen maken voor de overstap naar het nieuwe stelsel, is het essentieel dat de wetgever vanaf 1 januari 2022 - of nog eerder - artikel 58 van de Pensioenwet schrapt. Als dit artikel 58 wordt gehandhaafd, kan het pensioenakkoord de prullenbak in.

Als er een streep gaat door artikel 58 kan een pensioenbestuur de pensioenen van bijvoorbeeld de gepensioneerden zeker stellen via een carve-out naar een verzekeraar en de pensioenen van de slapers laten meegaan met het invaren. Dat zou passend zijn gezien het verschil tussen de risicohouding van gepensioneerden en inactieven.

Dit artikel verscheen op 3 maart 2021 in PensioenPro.


Dit artikel is gepubliceerd op 04 maart 2021

Misschien vindt u dit ook interessant:

En nu aan de slag met de Wet toekomst pensioenen!

De Wet toekomst pensioenen is door de Tweede Kamer aangenomen. Als de Eerste Kamer het wetsvoorstel ook goedkeurt (naar verwachting in januari of februari), zal die ingaan op 1 juli 2023. Alle pensioen­regelingen moeten per 1 januari 2027 voldoen aan de nieuwe Pensioenwet.

Leestijd 4 minuten

Transitie Wtp: carve-out als extra keuze.

De overheid wil dat oude aanspraken zoveel mogelijk worden ‘ingevaren’, ofwel ingebracht, in het nieuwe pensioenstelsel. Belangrijk criterium in de besluitvorming is dat invaren op een verantwoorde manier kan en dat voldaan is aan een evenwichtige belangenafweging van alle deelnemers. Een column van Berry van Sonsbeek.

Leestijd 5 minuten

Dispensatie van bedrijfs­pensioen­fonds.

Werkgevers met een verplicht gesteld fonds die een eigen regeling willen aanbieden, moeten aantonen dat die actuarieel gelijk­waardig is aan de regeling van het fonds. Hoe zij dat onder de nieuwe wet precies moeten aantonen is volgens de deskundigen nog niet helder. Het verdient aandacht in de uitwerking van lagere wet en regelgeving. Een column van Berry van Sonsbeek.

Leestijd 5 minuten

Slip of the pen in beantwoording van vragen door de minister.

Berry van Sonsbeek is in zijn laatste opiniestuk ingegaan op de compensatie­regeling die in alle gevallen ook van toepassing moet zijn voor nieuwe werknemers. Uit de stukken van de tweede ronde vragen en antwoorden tussen de minister en Tweede Kamer (gepubliceerd op 30 juni jl.) is een aantal dingen naar voren gekomen.

Leestijd 4 minuten

Compensatie­regelingen leiden tot gebruik van de eerbiedigende werking.

Het recent verschenen document met vragen van de Tweede Kamer over het nieuwe stelsel en de antwoorden daarop van minister Schouten, geeft wat reden voor het fronzen van wenkbrauwen. Een column van Berry van Sonsbeek.

Leestijd 8 minuten

Fiscale aspecten Wet toekomst pensioenen.

Op 30 maart 2022 is het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen ingediend bij de Tweede Kamer. Voor werkgevers, werknemers en adviseurs gaat er komende tijd veel veranderen. Daarbij is een goede voorbereiding en de juiste kennis van belang als naar verwachting op 1 januari 2023 de wet van kracht is.

Leestijd 2 minuten