Bedrag ineens. Gunstig of niet?

Bedrag ineens. Gunstig of niet?

Een van de afspraken in het pensioenakkoord is de ‘Wet bedrag ineens, regeling vervroegd uittreden (RVU) en verlofsparen’. Wat houdt ‘bedrag ineens’ in en is dit een aantrekkelijke keuze? Er zijn nog veel vraagtekens bij de (fiscale) nadelen en uitvoering van deze nieuwe regeling.

10% van het pensioenkapitaal vrij besteden

Maximaal 10% van het pensioenkapitaal in één keer opnemen: dat klinkt aantrekkelijk. Het opnemen van een bedrag ineens biedt een deelnemer meer flexibiliteit bij de besteding van het pensioenkapitaal. De deelnemer hoeft deze 10% niet te besteden aan pensioeninkomen. Hij mag met dit geld doen wat hij wil. Bijvoorbeeld zijn huis verbouwen, schulden aflossen of een droomreis maken. Maar is het altijd aantrekkelijk of komt er nog meer bij kijken?

Meer flexibiliteit, maar risico’s

Een bedrag ineens biedt deelnemers meer flexibiliteit, maar er zijn ook risico’s. Als een deelnemer kiest voor een bedrag ineens, dan wordt het pensioenkapitaal lager. Hij kan dan minder pensioeninkomen kopen. Ook betaalt de deelnemer mogelijk meer belasting in het jaar waarin hij het bedrag ineens laat uitbetalen en kan het zijn dat hij in dat jaar het recht op toeslagen kwijtraakt.

Verschil belastingtarief pensioendatum en AOW-leeftijd

Een deelnemer kan ervoor kiezen om het bedrag ineens op de pensioendatum op te nemen. Die datum is vaak gelijk aan de AOW-leeftijd. Zodra de deelnemer de AOW-leeftijd bereikt, betaalt hij een veel lager percentage aan premie volksverzekeringen. Vanaf de maand waarin de deelnemer de AOW-leeftijd bereikt, houdt de werkgever of uitkerende instantie geen AOW-premie meer in.

De belasting en premie die de deelnemer uiteindelijk betaalt over het bedrag ineens, wordt bepaald door zijn geboortemaand. Is de pensioendatum niet gelijk is aan de AOW-leeftijd en is de deelnemer later in het jaar jarig? Dan betaalt hij een hoger tarief dan iemand die vroeg in het jaar jarig is. Het verschil kan oplopen tot duizenden euro’s.

Voorbeeldsituaties

Voorbeeld 1

Een deelnemer is jarig op 13 januari en bereikt dan de AOW-leeftijd. De pensioendatum is op 16 mei. Vanaf 13 januari geldt een lager tarief voor de premieheffing. Als de deelnemer het bedrag ineens laat uitbetalen op de pensioendatum betaalt hij dit lagere tarief..

Voorbeeld 2

Een deelnemer bereikt op 13 januari de pensioendatum. Op 16 mei bereikt hij de AOW-leeftijd. Het lagere tarief geldt vanaf 16 mei. Als de deelnemer ervoor kiest om het bedrag ineens op 13 januari te laten uitbetalen, betaalt hij meer heffing dan wanneer de pensioendatum gelijk aan de AOW-datum op 16 mei zou zijn.

Voorstel uitbreiding datum uitbetaling

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een voorstel voor een extra uitbetalingsmoment ingediend. Het werd als oneerlijk ervaren dat deelnemers in het jaar waarin zij AOW-gerechtigd worden, een naar verhouding oplopende AOW-premie betalen over het bedrag ineens. Hoe later de AOW-datum in het jaar valt, des te langer en dus hoger percentage AOW-premie dan is verschuldigd vergeleken met deelnemers waarvan de AOW-datum eerder in het jaar valt.

Daarom wordt het via het nieuwste voorstel mogelijk om uitkering van het bedrag ineens uit te stellen tot de maand januari van het jaar volgend op het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt. Deze mogelijkheid geldt alleen voor de deelnemers van wie de pensioeningangsdatum ligt in de maand waarin zij de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. En voor deelnemers van wie de pensioeningangsdatum ligt op de eerste dag volgend op de maand waarin zij de AOW-leeftijd bereiken.

De Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen én dit bijbehorende voorstel wordt naar verwachting binnenkort aangenomen en geldt vanaf 1 januari 2023.

Punten van aandacht

Toestemming partner

Deelnemers die gebruik willen maken van het bedrag ineens, moeten toestemming van de partner hebben als door de afkoop het partnerpensioen wordt verlaagd.

Uitstel uitbetaling

Een nog belangrijker punt van aandacht is dat uitstel van de uitbetaling naar het jaar volgend op de pensioendatum niet alleen een fiscaal voordeel betekent, maar ook een risico. Het voorstel is nu om de uitkeringenreeks als volgt te maken:

  • eerst 90% periodiek pensioeninkomen;
  • dan 10% bedrag ineens;
  • en vervolgens weer 90% periodiek pensioeninkomen
Dit betekent dat vanaf de pensioeningangsdatum direct het verlaagde periodieke pensioeninkomen wordt uitbetaald. Ook wordt de hoogte van het bedrag ineens direct op de pensioeningangsdatum én bruto gereserveerd.

Vroegtijdig overlijden

Bij vroegtijdig overlijden van de inmiddels gepensioneerde deelnemer heeft dit een vervelend gevolg. Het gereserveerde bedrag ineens komt namelijk niet tot uitkering.
In plaats daarvan geldt bij overlijden vóór de uitbetalingsdatum van het bedrag ineens een nabetalingsverplichting voor pensioenuitvoerders aan de (overleden) gepensioneerde deelnemer. De hoogte van de nabetaling is het verschil van het al uitgekeerde periodieke pensioeninkomen op 100% en 90%. Dit moet voorkomen dat de deelnemer achteraf te weinig periodiek pensioeninkomen ontvangt over de periode waarin hij nog leefde. De nabetaling valt in de boedel van de overleden deelnemer.

Een deelnemer die vlak vóór zijn pensioendatum staat, moet in feite een afweging maken. Meer heffing betalen of het risico het bedrag ineens te verliezen bij een vroegtijdig overlijden.