Pensioen en belasting

U gaat binnenkort met pensioen. Dat betekent dat er van alles verandert. U stopt met werken en kunt allerlei dingen te doen die u altijd al eens wilde, maar waar u nooit de tijd voor had. Een lange reis maken, een vaste dag per week op de kleinkinderen passen of overwinteren in een zonnig land, bijvoorbeeld. Maar er verandert ook veel ten opzichte van uw inkomen. U krijgt nu AOW, een pensioeninkomen en misschien wel een lijfrente-uitkering.

Dat betekent dat u ook te maken krijgt met voor u nieuwe belastingregels. Waar u voorheen met AOW-premie en loonheffing te maken had, houdt u nu rekening met de bijdrage ZVW en ouderenkorting. Om u te voorzien van meer informatie over wat er van uw pensioeninkomen wordt ingehouden, zetten we de belangrijkste belastingtips op een rij.

Inkomstenbelasting en loonheffing
Toen u werkte, betaalde u inkomstenbelasting over uw jaarlijkse inkomen. Uw werkgever hield al loonheffing in op het loon dat u maandelijks ontving. De loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Dat betekende dat u geen of minder inkomstenbelasting hoefde te betalen. Dit blijft voor u van toepassing. Maar in plaats van dat loonheffing op uw loon wordt ingehouden, gebeurt dit nu bij uw AOW en pensioeninkomen. U hoeft daar niets voor te doen. Op uw belastingaangifte zijn deze bedragen normaal gesproken al voor u ingevuld. De hoogte van uw AOW, uitkering(en) en overig inkomen samen bepaalt in welke belastingschijf u valt en hoeveel procent inkomstenbelasting u misschien nog moet betalen (na de loonheffing als voorheffing). Het gebeurt nog weleens dat in het eerste pensioenjaar, de inkomens niet goed bij elkaar worden opgeteld door uitvoerder van uw pensioen en de SVB (de Sociale Verzekeringsbank die uw AOW uitkeert). Het kan dan zijn dat u achteraf belasting bij moet betalen. U kunt dit voorkomen door direct een voorlopige aanslag aan te vragen. U kunt de belasting dan vooraf in termijnen betalen, in plaats van in één keer achteraf.

Gaat u aangifte inkomstenbelasting doen? Het is dan slim om op alle vraagtekens in de aangifte te klikken. Bij sommige aftrekposten is het niet in één keer duidelijk wat er precies wordt bedoeld. Klikt u op het vraagteken, dan leest u in begrijpelijke taal wat er allemaal onder deze post valt. Het kan blijken dat u toch bepaalde kosten mag aftrekken. 

Kortingen
U krijgt over de belasting die u betaalt korting. Allereerst is er de algemene heffingskorting. Hoe hoger uw inkomen, hoe lager deze korting is. Ook hierbij kan het gebeuren dat uw inkomen niet goed bij elkaar wordt opgeteld en u een gedeelte van de (te hoge) korting moet terugbetalen.

Daarnaast krijgt u, zodra u de AOW-leeftijd hebt bereikt, ouderenkorting. Deze is inkomensafhankelijk. Is uw inkomen niet hoger dan €36.346,-? Dan krijgt u in 2018 €1.418,- korting. Is het hoger, dan is de korting een stuk lager: namelijk €72,-. Een flink verschil. Gelukkig is er een manier om misschien toch die hoge korting te krijgen, namelijk door diverse aftrekposten te verdelen tussen u en uw fiscale partner. U kunt op de website van de Belastingdienst bekijken met welke aftrekposten u wel en niet mag schuiven.

Zorgpremie en zorgkosten
Voorheen betaalde uw werkgever altijd uw bijdrage voor de ZVW (zorgverzekeringswet). Gaat u met pensioen, dan kan het zijn dat u die zelf moet betalen. Op de website van de Belastingdienst kunt u nagaan welke situatie voor u van toepassing is. Ontvangt u AOW? Dan wordt de bijdrage ZVW automatisch ingehouden op uw bruto AOW. Ontvangt u daarnaast ook pensioeninkomen van Zwitserleven? Dan houdt Zwitserleven automatisch de bijdrage ZVW voor u in. Per jaar stelt de overheid vast hoeveel procent van het inkomen de bijdrage ZVW is. In 2018 is dit 5,65% voor gepensioneerden. Het is makkelijk om deze over het hoofd te zien omdat uw werkgever deze bijdrage voorheen vaak voor u inhield. Het is dus slim om hier rekening mee te houden als u naast u AOW en pensioen van Zwitserleven nog ander inkomen heeft.

Als u ouder wordt, wordt de kans dat u meer aan zorg uitgeeft steeds groter. Daarvan wordt een groot deel door uw ziektekostenverzekeraar vergoedt. Maar er zijn ook kosten die u zelf moet betalen. De kosten van een mondhygiënist of fysiotherapeut bijvoorbeeld, maar ook de reiskosten naar een ziekenhuis of arts. Het komt vaak voor dat u deze kosten mag aftrekken bij uw belastingaangifte. Bekijk daarom het volledige overzicht van aftrekbare en niet-aftrekbare zorgkosten op de website van de Belastingdienst en ontdek welke gemaakte kosten u kunt aftrekken.


Overige tips

Heeft u vermogen en wilt u dat aan uw kinderen of kleinkinderen schenken? Er zitten diverse limieten aan de hoeveelheid die u per jaar en/of eenmalig belastingvrij mag schenken. Ook zijn er diverse voorwaarden voor de schenkingen, zoals de leeftijd van het (klein)kind. Op de website van de Belastingdienst vindt u hier alle informatie over.

Doet u vrijwilligerswerk? Het kan zijn dat u daar bepaalde vergoedingen voor krijgt, zoals een vrijwilligersvergoeding of een reiskostenvergoeding. De vergoeding voor gemaakte kosten is altijd onbelast. Maar aan de vrijwilligersvergoeding zitten voorwaarden. Valt deze boven een bepaald bedrag, dan wordt het als inkomen gezien en betaalt u daar inkomstenbelasting over. De precieze bedragen vindt u op de website van de Belastingdienst en kunt u op elk moment raadplegen.