Voorbeeld huwelijkse voorwaarden.

In de huwelijkse voorwaarden of in een partnerschapsc­ontract kunnen onder andere de volgende zaken staan:

  • Een omschrijving van uw gemeenschappelijk bezit.
  • Een omschrijving van wat tot de huishoudkosten wordt gerekend.
  • De verhouding waarin de kosten van de huishouding worden verdeeld. Dat hoeft niet altijd fifty/fifty; u kunt ook een andere verdeling afspreken.
  • Een definitie van het inkomen waaruit de kosten van de huishouding worden betaald. Wat hoort wel en wat niet bij het inkomen?
  • Een termijn waarin de kosten van de huishouding moeten worden verrekend.
  • Verdeling van inkomen; alles dat hoger is dan de kosten van de huishouding.
  • Een definitie van het inkomen dat moet worden verdeeld, als het afwijkt van het inkomen waarvan de huishoudkosten worden betaald.
  • Als een van u een eigen bedrijf heeft (of in de toekomst wil starten); hoe gaat u om met bedrijfsverliezen? Compenseer ze voordat u het inkomen gaat verrekenen.
  • Verevening van pensioenrechten bij echtscheiding.
  • Besluit u tot een finaal verrekenbeding bij overlijden omdat de overblijvende partner zo enorm kan besparen op de successierechten?
  • Alimentatie; stel nu alvast vast wie wat krijgt als u uit elkaar gaat. Niet leuk, wel handig.

U denkt misschien dat alles is geregeld als u de huwelijksakte ondertekent. Maar om uw pensioen goed voor elkaar te hebben, moet u nog wat stappen zetten. Doe dat voorafgaand aan de grote dag.


Trouwen? Vertel het uw baas 

Als u bijna gaat trouwen, staat uw hoofd waarschijnlijk naar heel andere zaken, die ook nog een stuk romantischer zijn. Het is belangrijk dat u uw werkgever en uw pensioenverzekeraar zo snel mogelijk meldt dat u gaat trouwen. De meeste pensioenverzekeraars kennen namelijk een partnerpensioen, maar om daarvoor in aanmerking te komen, moet u wel even laten weten dat u een partner hébt! Overigens geldt de regeling ook voor samenwonenden, hoewel sommige pensioenverzekeraars de partner uitsluiten als er geen sprake is van een samenlevingscontract. 
U wilt in de aanloop naar uw grote dag natuurlijk niet nadenken over het feit dat een van u eerder komt te overlijden. Toch is het verstandig om daar bij stil te staan. Bij de meeste pensioenregelingen ontvangt de overgebleven partner 70% van het pensioen dat de overledene zou hebben gekregen als hij of zij tot de pensioendatum was blijven werken.

In uw pensioenreglementen staat hoe dat bij u pensioenen zit. Bij sommige pensioenregelingen bestaat een vrijwillige dekking voor dat nabestaandenpensioen. In dat geval gaat het niet automatisch in als uw werk­gever uw partner aanmeldt bij de pensioenverzekeraar; u moet er bewust voor kiezen. Ook de hoogte van het nabestaandenpensioen verschilt per verzekeraar. Het is dus handig om ook hiervoor uw beider pensioenregelingen eens goed onder de loep te nemen.


Partnerpensioen uitruilen

Er is nog een aantal dingen om in de gaten te houden. Heeft u beiden al een goede nabestaandenvoorziening? Dan kan degene die het eerst met pensioen gaat, het recht op een partnerpensioen uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen, of een dat eerder ingaat. Een rekensommetje: als je €1 partnerpensioen laat vervallen, stijgt het ouderdomspensioen met ongeveer €0,24. Dus als het ouderdomspensioen €10.000 is, en het partnerpensioen €7.000, dan levert het uitruilen van het partnerpensioen (€7.000 x € 0,24) €1.680 op en stijgt het ouderdomspensioen naar €11.680.
Als u dat doet, is er dus geen uitkering meer voor de overgebleven partner na overlijden. Om vervelende verrassingen te voorkomen, moet de partner toestemming geven voor het omruilen van een partnerpensioen voor een betere oudedagsvoorziening. Denk er wel goed over na. Op het moment dat u tekent, is het definitief. Stel dat u samen hebt getekend voor het uitruilen van het nabestaandenpensioen voor een hoger ouderdomspensioen van je partner. Als hij of zij overlijdt, moet u vervolgens uitsluitend rondkomen van AOW. Zelfs als u nog een partner tegenkomt als uw AOW is ingegaan, heeft hij of zij geen recht op nabestaandenpensioen omdat u al elkaars partner had moeten zijn tijdens de opbouw van het pensioen. Nog een punt: sommige partnerpensioenen zijn verzekerd op risicobasis. Dat wil zeggen dat het overlijdensrisico is verzekerd zolang u deelneemt aan de pensioenregeling. Maar als u dat niet meer doet (bijvoorbeeld als je uit dienst gaat), vervalt die verzekering onmiddellijk. Als u overlijdt terwijl u nog in die regeling zit, krijgt uw partner wel een uitkering, daarna niet. Als u van werkgever verandert, moet u dus kijken of u nog wel bent verzekerd en voor hoeveel.
Jim en Gaby, om terug te komen op jullie vraag: hoe lang jullie werken, wat jullie doen en wie er het meest verdient, doet er niet zo veel toe. Jullie pensioenregelingen wel!


Overzichten opbergen

Pensioenoverzichten zijn saai, maar ook belangrijk. Berg ze goed op, net als uw overige papieren. Zit alles keurig in ordners? Heel goed, maar u bent er nog niet. U moet er wel regelmatig doorheen om overbodige paperassen weg te gooien (zoals oude polissen, garantiebewijzen en energierekeningen). Langer dan een jaar bewaren, hoeft echt niet, op uw startbrief en UPO na, waarop u de polisnummers en de looptijden ziet.

Heeft u alles in een hoekje gepropt? Maak drie bakken: LEZEN, ACTIE en BEWAREN. Alle ongeopende enveloppen die je tegenkomt, doe je eerst in LEZEN. In ACTIE gaat alles waar u iets mee moet doen: rekeningen om te betalen, abonnementen om op te zeggen en het belastingformulier dat nog ingevuld moet worden. In de bak BEWAREN gaat alles wat is afgehandeld, maar nog opgeborgen moet worden. Gebruik daarvoor ordners met tabbladen. Maak mappen met (bijvoorbeeld) Huis, Werk & Pensioen en Verzekeringen. U stopt per ordner alles op alfabetische volgorde. Probeer het ‘bewaarmateriaal’ wel te beperken, zodat u straks niet een hele rij ordners in de kast hebt.