Januari effecten.

De beurzen steunen en kreunen onder een moddervloed van slecht nieuws. Slechte inkoopmanagersindices uit China en de US en ruzie tussen Saoedi-Arabië en Iran. Maar bovenal paniek op de Chinese beurs. Gezien het hoge percentage particuliere beleggers en hun speculatiedrift verbaast het eigenlijk niet. Alleen de timing is altijd zo onverwacht. Logisch dat de beurzen van deze indrukwekkende verzameling slecht nieuws onder druk staan. De oude beurswijsheid 'So january goes, so goes the year' wordt gelijk van stal gehaald. Ik ben wel van de oude wijsheden. Als ze lang bestaan zal er wel een kern van waarheid in zitten. Maar er zit hier wel een addertje onder het gras. Immers als de koersen in januari zijn gedaald, dan is de kans op een min voor het hele jaar een stuk groter. Je neemt tenslotte de koersdaling over januari die al achter de rug is ook mee in de voorspelling. U moet dus kijken naar de overeenkomst tussen de performance in januari en de overige 11 maanden. En dan lijkt er slechts een vage correlatie te bestaan. U mist rampjaren zoals 1974, 2002 en 2008, maar ook prachtige jaren als 2003, 2009, 2010 en 2014. Als januari een verliesmaand is, leveren de overige 11 maanden gemiddeld een verlies van 0,4% op (S&P500 sinds 1964). Bij een winstmaand verdient u gemiddeld 10,6%. Naast dit standaard januari-effect wordt mijn mailbox nu overspoeld met afgeleide andere januari statistieken. Zoals als de eerste week van januari een verlies oplevert, komt er 11 van 14 keer een koersherstel. Bedenk hierbij dat het altijd maar statistieken zijn. Ter illustratie; we hebben net december achter de rug. U weet wel, de maand met een 80% winstkans. Toch ging afgelopen december de AEX met 6% en de S&P500 met 2% naar beneden.

U kunt beter de Amerikaanse beurs op zijn eigen fundamentals beoordelen. Maar ook dan ziet het er niet zo gunstig uit. De extreme monetaire verruiming is ten einde. De waardering, gemeten naar koers/winst verhouding, is pittig maar niet extreem. Maar ik maak we vooral zorgen over de winstontwikkeling. De winstmarges zijn in de US erg hoog. Daar zit een tech effect in. Supertechnologie aandelen zoals Google en Apple hebben supermarges. Google maakt bijvoorbeeld U$ 45 miljard brutowinst op een omzet U$ 72 miljard. Personeelskosten doen daar niet zoveel toe. Maar in de rest van het beursgenoteerde bedrijfsleven is dat wel even anders. Nu de loonkosten echt lijken te gaan stijgen, zal dat een flinke druk op de winstgevendheid hebben. Zo kan de economie rustig doorgroeien, maar zullen bedrijven een winstrecessie meemaken. Maar voordat u zich laat meeslepen in complete somberheid, in Europa ziet de situatie er wat rooskleuriger uit. Daarover een andere keer meer. Helaas zal de Europese STOXX index moeite hebben zich te onttrekken aan een zwakke S&P500.

Corné van Zeijl.

Corné van Zeijl is analist en strateeg bij ACTIAM. Daarnaast is hij een graag geziene beurscommentator bij onder meer RTL Z en BNR en schrijft hij columns voor verschillende media.