De dollar is ons probleem.

Eind vorig jaar zijn we met het asset-allocatieteam van Actiam langs zakenbanken in Londen gegaan. Vrijwel alle economen in de City gingen er toen van uit dat de dollarkoers verder zou stijgen naar één euro. Oftewel een euro voor een dollar. Wat iedereen denkt, komt vaak niet uit. De redenatie toen was dat de belastingplannen van de Amerikaanse president zouden leiden tot een hogere economische groei. Daarnaast zou de Federal Reserve haar balans afbouwen. Dat zou uitmonden in een hogere rente en dat maakt de dollar aantrekkelijker.

Van die overtuiging is nog maar weinig over. Beleggers hebben heel wat minder vertrouwen in Donald Trumps economische plannen. Bovendien is er sinds de aanvankelijke rentestijging na Trumps verkiezingsoverwinning nauwelijks sprake geweest van een serieuze beweging in de obligaties. De rente op tienjarige obligaties is zelfs gedaald. Daarnaast zijn de verwachtingen voor de economie van de eurozone juist flink naar boven bijgesteld.

De dollar is onze munt, maar jullie probleem, zei voormalig Amerikaanse minister van financiën John Connally in 1971. En een probleem is het zeker. Want die zwakke dollar heeft nogal wat gevolgen. Een flink deel van de winsten van Europese bedrijven wordt in Amerikaanse dollars verdiend. In het tweede kwartaal was de dollar nog een positieve factor voor Europese bedrijfswinsten. Maar als de dollar blijft waar hij nu is, krijgen deze bedrijven in het derde kwartaal te maken met een flinke tegenwind. Het kwartaalgemiddelde is nu 5,5% lager dan een jaar geleden. Nederlandse aandelen zijn bovenmatig dollargevoelig. Ongeveer een derde van de winsten wordt in dollars uitgedrukt. Dat komt vooral omdat wij dollarkampioenen hebben zoals Ahold Delhaize, ASML, Shell, Vopak, SBMO, Aegon, Wolters Kluwer en Relx (ReedElsevier), om er een paar te noemen.

Overigens is niet alleen de dollar zwak, de euro is sterk. Dat is af te lezen aan de zwakke Zwitserse frank en het zwakke Britse pond, maar ook het gros van de valuta's van opkomende economieën. Ook dat zal zijn effecten op de winsten hebben.

De beweging van de dollar versus de euro lijkt me trouwens licht overdreven. Voor de korte termijn zijn er twee bruikbare indicatoren. Allereerst het renteverschil tussen kortlopende euro- en dollarobligaties. Die geeft momenteel aan dat een dollar-euroverhouding van 1,12 reëler zou zijn.

Een tweede indicator zijn de speculatieve posities. Eind vorig jaar zaten de valutahandelaren nog maximaal long in de Amerikaanse munt. Net als de economen gingen ook zij van een sterkere dollar uit. Deze speculatieve posities zijn nu maximaal omgedraaid. De valutahandelaren hebben nu juist vol ingezet op een hogere euro. Sterker, nog grotere posities dan de huidige komen vrijwel nooit voor. Dat geeft opwaartse potentie voor de dollar.

Dus de huidige dollar is een probleem voor Europese bedrijfswinsten, maar op korte termijn kan deze 'oversold-situatie' weleens wat normaliseren.

Corné van Zeijl.

Corné van Zeijl is analist en strateeg bij ACTIAM. Daarnaast is hij een graag geziene beurscommentator bij onder meer RTL Z en BNR en schrijft hij columns voor verschillende media.