Update.

Pensioencheck jaarrekening verplichte kost voor accountants en adviseurs

Geert de Vries. Fotografie: Judith Eversdijk. 10 maart 2015

‘De accountant als pensioenadviseur’. Dat was het thema van het Accountantscongres op 4 februari jl., een gezamenlijk initiatief van Zwitserleven en Nederlands Pensioenbureau (NPB). Flip Ackema, Hoofd Vaktechniek bij NPB, was één van de sprekers. Hij zoomde in op twee ‘checkpoints’ die bij de risicobeoordeling van pensioenregelingen verplichte kost zijn voor accountants én pensioenadviseurs: de werkingssfeer Bedrijfstakpensioenfonds (Bpf) en afstandsovereenkomsten. 

Volgens de AFM zijn tienduizend ondernemingen met een verzekerde pensioenregeling ten onrechte niet aangesloten bij een Bpf. Is de situatie echt zo dramatisch?

‘De aantallen zijn gebaseerd op een steekproef en lastig te verifiëren. Dat tussen de 25% en 50% van de bedrijven verkeerd zit, lijkt mij extreem. Maar er is wel degelijk sprake van een probleem. Als NPB doen wij veel werkingssfeeronderzoeken. Ook daaruit blijkt dat de Bpf-toetsing vaak onvolledig en op basis van verkeerde aannames plaatsvindt. Met enorme financiële risico’s voor de onderneming als gevolg. Bij de parlementaire behandeling van de Pensioenwet is vastgelegd dat het adagium ‘geen premie, wel pensioen’ van toepassing is op verplichte bedrijfstakpensioenfondsen. Dit betekent dat een werknemer die al jaren werkzaam is bij een bedrijf dat ten onrechte niet is aangesloten bij een verplicht Bpf, zijn pensioen levenslang kan opeisen. Zonder dat premie is betaald. Dat geldt ook voor zijn nabestaanden. Het Bpf zal in dat geval de schade verhalen op de werkgever. En bovendien alsnog, met terugwerkende kracht, aansluiting en premieafdracht vorderen voor alle andere werknemers. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf kan dat gaan om honderdduizenden euro’s, die de werkgever in één keer moet ophoesten. Dat kan hem in het ergste geval de kop kosten.’

Waar het in de prakijk regelmatig misgaat, is bij de accountants­controle van de jaarrekening.

In de leidraden van de AFM staat concreet vermeld aan welke eisen de Bpf-toetsing moet voldoen om te komen tot een passend advies. Waar gaat het mis?

‘De AFM schrijft nadrukkelijk voor dat je als pensioenadviseur jezelf moet overtuigen en zelf onderzoek moet doen naar de Bpf-werkingssfeer. Je mag dus niet afgaan op het woord van de werkgever, maar zijn verklaring hoogstens gebruiken als bevestiging van je eigen conclusies. Mijn indruk is dat zowel de reguliere pensioenadviseurs als accountants die adviseren over pensioen, dit Bpf-onderzoek niet altijd zo breed en diepgaand uitvoeren als nodig is. Men kijkt bijvoorbeeld naar de werkzaamheden die op de website van het bedrijf en in brochures staan vermeld. Raadpleegt de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Checkt de bevindingen nog even bij de werkgever en laat het daar vervolgens bij. Websites, KvK-inschrijvingen en brochures zijn echter vaak niet actueel. Bovendien worden in bedrijven soms werkzaamheden gedaan die niet expliciet worden benoemd. Om een voorbeeld te geven: als in een bedrijf twee medewerkers aan een draaibank staan, betekent dat niet automatisch dat de Bpf-metaal van toepassing is. Maar de pensioenadviseur moet dan wel in zijn dossier vermelden dat hij dit heeft opgemerkt en waarom hij toch vindt dat de onderneming niet onder de Bpf-metaal valt. Ontbreekt dit in het dossier, dan is geen passend advies uitgebracht. 

Waar het in de praktijk ook regelmatig misgaat, is bij de accountantscontrole van de jaarrekening. Met het plaatsen van zijn handtekening verklaart de accountant dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële positie van de onderneming. De vraag is of dat klopt wanneer hij niet heeft gecontroleerd of de onderneming onder een verplicht gesteld Bpf valt. Het antwoord is zonder meer ‘nee’. Want zoals gezegd kan een Bpf met terugwerkende kracht alle verschuldigde premies opeisen. Dit effect hoor je te zien in de jaarrekening. Net als voor pensioenadviseurs is een Bpf-toets dan ook een must voor elke accountant. Bij de controle van de jaarcijfers, maar zeker ook bij het boekenonderzoek (due diligence) bij fusies en overnames.’

Ligt hier niet ook een verantwoordelijkheid voor pensioenverzekeraars?

‘Werkgevers hebben de keuzevrijheid om zich te laten adviseren of niet. Als zij een pensioenadviseur in de arm nemen, is die verplicht de Bpf-toetsing te doen. De verzekeraar die de collectieve pensioenregeling vervolgens uitvoert, heeft die plicht niet. Wel geldt voor elke pensioenprofessional de algemene zorgplicht om actie te ondernemen als hij signalen krijgt dat er iets niet klopt. De verzekeraar moet dus wel z’n oren en ogen wijd openhouden. Oók om het aansprakelijkheidsrisico buiten de deur te houden. In de markt zie je overigens de laatste jaren de trend dat verzekeraars het pensioenadvies opvragen en inzien. Niet om het huiswerk van de pensioenadviseur over te doen, maar om globaal te toetsen of aan alle wettelijke adviesplichten is voldaan. Een tweede ontwikkeling is dat verzekeraars audits laten uitvoeren. Daarbij wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of een pensioenadvieskantoor z’n werk goed doet.’

Zelfs een juridisch dicht­getim­merde afstands­over­een­komst geeft nog geen no-claim­garantie.

Naast de Bpf-werkingssfeer behandelde je op het Accountantscongres een tweede pensioenrisico dat zowel in de pensioenadviespraktijk als bij de controle van de jaarrekening vaak onderbelicht blijft: afstandsovereenkomsten. Leg eens uit…

‘De ervaring leert dat in bijna elke onderneming één of meer werknemers niet deelnemen aan de collectieve pensioenregeling. Soms wordt dit juridisch vastgelegd in een zogeheten afstands­verklaring of afstandsovereenkomst. Maar in veel gevallen gebeurt dat niet en blijft het bij een mondelinge afspraak. Werkgevers gaan er daarbij van uit dat deelname aan de pensioenregeling vrijwillig is. En dat zij niet langer verplicht zijn om premie te betalen als de werknemer zelf besluit om niet mee te doen. Een groot misverstand. Op een zelfstandige pensioenregeling is weliswaar geen dwingend Bpf-recht van toepassing, maar deelname is absoluut niet vrijblijvend. Steeds meer verzekeraars leggen in de uitvoeringsovereenkomst vast dat alle werknemers die aan de deelnemingsomschrijving voldoen, moeten worden aangemeld. Daarnaast kan niet-deelname in strijd zijn met de cao, het arbeidsrecht, gelijke behandelingswetgeving, enzovoort. En om de zaak nog complexer te maken: zelfs een juridisch dichtgetimmerde afstandsovereenkomst geeft nog geen no-claimgarantie. In een recente uitspraak van de Kantonrechter Apeldoorn (9 januari 2013) is aan de partner van een werknemer alsnog partnerpensioen toegekend, omdat de werkgever aan deze (inmiddels overleden) werknemer niet voldoende en juiste informatie heeft verstrekt.’ 

Wat betekent dit voor pensioenadviseurs en accountants?

‘Er zitten zoveel haken en ogen aan afstandsovereenkomsten dat de boodschap naar de werkgever moet zijn: presenteer deelname aan de pensioenregeling als een voldongen feit en maak geen uitzonderingen. Wil je hier komen werken? Dan neem je standaard deel aan de pensioenregeling! Hier ligt een cruciale rol voor de pensioenadviseur. Maar ook voor de accountant is het een aandachtspunt om elk jaar bij de controle van de jaarrekening te checken of alle werknemers zijn aangemeld en, zo nee, te wijzen op de grote financiële risico’s. Simpelweg een vraag stellen aan de werkgever is daarbij niet voldoende. De accountant zal het antwoord ook moeten controleren door alle loonstaten op te vragen en te matchen met de salarisadministratie.’

Tot slot, jullie hebben het Accountantscongres samen met Zwitserleven georganiseerd. Een eenmalige actie?

‘Wat ons betreft gaan we snel op herhaling, want de samenwerking is prima bevallen. De belangstelling voor het congres was bovendien groot en de reacties waren positief. Onze verwachting is dat de komende jaren alleen nog maar meer accountants de pensioenadviesmarkt gaan betreden. Inmiddels zijn er al ruim 300 kantoren met een Wft-pensioenvergunning en daar blijft het niet bij. Daarnaast zien we in de markt mooie samenwerkingsverbanden ontstaan tussen accountants en pensioenadviseurs. Daarom lijkt het ons een goed plan om een speciaal evenement te organiseren voor de driehoek werkgever-accountant-pensioenadviseur; naast of in aanvulling op het Accountantscongres. Dat kan een mooie kruisbestuiving opleveren. Mocht het zover komen, dan leveren wij vanuit Nederlands Pensioenbureau graag een bijdrage!’   

Wie is Flip Ackema?

Flip Ackema is ruim 30 jaar werkzaam in de pensioenbranche en heeft inmiddels op zowel civiel als fiscaal terrein een grote pensioenervaring verworven. Begonnen bij Nationale- Nederlanden op collectief pensioengebied is hij via het individuele pensioenbedrijf van Legal & General zo’n 15 jaar werkzaam geweest op het Fiscaal- en pensioenadviesbureau van Avéro Achmea. Gedurende deze tijd heeft hij zich in toenemende mate toegelegd op het verzorgen van pensioenopleidingen en lezingen over actuele pensioenonderwerpen. Ook zijn in die periode diverse artikelen van zijn hand gepubliceerd in de vakpers. Sinds 2008 is Flip werkzaam bij Nederlands Pensioenbureau als senior pensioenconsultant en Hoofd Vaktechniek. In deze rol geeft hij pensioenadviezen aan bedrijven, pensioenadviseurs en ondernemingsraden. Ook verzorgt hij regelmatig lezingen en treedt hij op als docent voor onder meer de opleiding tot Register Pensioen Consultant en de opleiding Wft-pensioen.

Over Nederlands Pensioenbureau

Nederlands Pensioenbureau (NPB), opgericht in 2006 door Paul van der Heide, is hét bureau vaktechniek voor de pensioenadviesbranche. NPB is gespecialiseerd in training, advisering en kennisdeling, en ondersteunt financiële professionals met up-to-date kennis en praktijkvaardigheden. Dit met als doel de kwaliteit van pensioenadvies naar een hoger niveau te tillen. Nederlands Pensioenbureau is volledig onafhankelijk en niet gelieerd aan welke verzekeraar of belangenorganisatie dan ook.

Blijf op de hoogte met Update.

Schrijf u in voor de gratis nieuwsbrief. U ontvangt elk nieuw artikel direct in uw e-mail.

Reacties

Uw reactie

Oude reacties.

H.G. Strörmann - 958 dagen geleden

Het zou de trend zijn of gaan worden dat verzekeraars mijn pensioenadvies gaan opvragen en inzien. Daarbij wordt gecontroleerd of ik als pensioenadvieskantoor m'n werk goed doe. Het pensioenadvies is aan wettelijke regels gebonden en de AFM is volgens mij de controlerende instantie; niet de verzekeraar. Het pensioenadviesrapport bevat vertrouwelijke gegevens en is gebaseerd op een overeenkomst tussen de werkgever en mij. Die gegevens mag ik niet zomaar met de verzekeraar delen. Als de werkgever een BPF-controle wil doen, dan mogen ze dáár zelf werk van maken.... maar of de klant op nog een 2e "BPF-check" zit te wachten....

Flip Ackema - 958 dagen geleden

Zoals uit het artikel blijkt is het zeker niet de bedoeling dat verzekeraars het advies inhoudelijk gaan over doen. Zij hebben echter een eigen zorgplicht die, om bij uw voorbeeld te blijven, meebrengt dat het in hun belang is om na te gaan of het Bpf risico is onderzocht en of bijvoorbeeld niet uitsluitend is afgegaan op een mededeling van de werkgever. Het feit dat het pensioenavies aan wettelijke regels is gebonden, betekent niet dat het advies automatisch aan al deze regels voldoet. Wij maken in onze audit praktijk nog regelmatig mee dat adviesdossiers hiaten bevatten of dat onderzoeken niet dan wel niet op een juiste wijze hebben plaatsgevonden. Dat is ook niet verwonderlijk aangezien de vereisten voor een passend advies bijzonder uitgebreid zijn en niet altijd even duidelijk is hoe deze in een cocreet geval toegepast dienen te worden. Dit gewenningsproces speelt ook bij verzekeraars die aftasten op welke wijze zij hun zorgplicht dienen in te vullen en eventuele aansprakelijkheden proberen te beperken.
Uiteraard staat het u en de werkgever vrij om het adviesdossier niet te delen met derden. Anderzijds staat het verzekeraars vrij om beleid te ontwikkelen met betrekking tot het afsluiten van collectieve pensioenproducten.

G van der Toorn - 958 dagen geleden

Natuurlijk, de vrijheid om beleid te ontwikkelen staat niemand in de weg. De AFM heeft beleid gemaakt waar de adviseur zich aan moet houden. De AFM is de 'politieagent' van de adviseur; de adviseur hoeft op geen enkele manier op grond van een beleid 'verantwoording' af te leggen aan de verzekeraar. Die is alleen de 'politieagent' van de eigen zorgplicht. Laten we de zaken zuiver houden; het "kaf en koren" onder adviseurs (en verzekeraars) is zich al geruime tijd aan het scheiden.

G. Mönnink - 958 dagen geleden

Ik ben nieuwsgierig naar dit genoemde risico voor werkgevers die voor een payroll constructie hebben gekozen.

Flip Ackema - 958 dagen geleden

In dat geval zal de pensioenadviseur hier bij het Bpf onderzoek aandacht aan dienen te geven, met name een eventuele verplichte deelname aan Stipp dient onderzocht te worden. Of dit bij een payroll constructie daadwerkelijk het geval is hangt af van de feitelijke omstandigheden.

Lees ook