Update.

Pas wettelijke ingangsdatum aanvullend pensioen aan.

Kees van Oostwaard, Fiscalist bij Zwitserleven. 12 november 2015

De fiscale regels over de pensioendatum zijn nu zo complex, dat veel werkgevers hun pensioenregeling voor 2017 opnieuw moeten versoberen, stelt fiscalist Kees van Oostwaard. Maar deze aanpassing kan volgens hem met een simpele wetswijziging worden voorkomen.

Staatssecretaris Wiebes (VVD) wil de Belastingdienst hervormen. Hij wil af van allerlei ingewikkelde regels die moeilijk uit te leggen zijn. Ik juich het toe dat Wiebes de belastingwetgeving begrijpelijker en beter uitvoerbaar wil maken. Maar tegelijkertijd zie ik nog ruimte voor verbetering bij de fiscale regels over de pensioendatum. Die zijn nu onnodig complex en leiden tot hogere kosten voor pensioenuitvoerders en werknemers.

Bij de meeste pensioenregelingen is de ingangsdatum van het pensioen de eerste dag van de maand waarin de deelnemer 67 jaar wordt. Als gevolg van de wijzigingen in het Witteveenkader begin dit jaar wordt dit gezien als een vorm van vervroegen. De Wet op de loonbelasting 1964 gaat namelijk uit van een pensioeningangsdatum exact op de dag dat je 67 jaar wordt. Volgens de Belastingdienst moet als gevolg hiervan het opbouwpercentage worden verlaagd.

Voor middelloonregelingen geldt met ingang van 2015 bij een pensioenleeftijd van 67 jaar een maximaal opbouwpercentage van 1,875 per dienstjaar. Staatsecretaris Wiebes gaf, naar aanleiding van Kamervragen van Kamerlid Lodders (VVD), eerder dit jaar aan dat bij een pensioenrichtleeftijd van de eerste van de maand het opbouwpercentage moet worden herrekend.

Wiebes lichtte verder toe dat de systematiek van herrekenen niet nieuw is door de invoering van Witteveen 2015. Toch zie ik in de praktijk dat de Belastingdienst pas sinds dit jaar, nu de fiscale regels steeds krapper worden, wijst op de noodzaak van een lager opbouwpercentage. Veel pensioenregelingen moeten hierdoor opnieuw worden aangepast. Daar hebben werkgevers tot 2017 de tijd voor gekregen.

Als oplossing heeft de Belastingdienst bedacht om een opbouwpercentage te publiceren dat hoort bij een pensioenrichtleeftijd van 66 jaar en 11 maanden. Dat percentage is 12/1000ste (0,012) lager dan het percentage dat hoort bij een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar. Het maximale opbouwpercentage voor een middelloonregeling daalt dus van 1,875 naar 1,863%.

Maar eigenlijk is dit ook niet helemaal zuiver, want dat percentage gaat uit van pensionering precies één maand voordat iemand zijn of haar 67e verjaardag bereikt. Voor iemand die de tweede dag van de maand 67 jaar wordt, zou de korting anders moeten zijn dan voor iemand die bijvoorbeeld op de 23e van de maand jarig is.

Deze aanpassing van de pensioenrichtleeftijd levert voor de schatkist, de pensioenuitvoerder en de werknemer vrijwel niets op. Het verschil is feitelijk nog minder dan de 0,012% die hiervoor is genoemd, want die gaat ervan uit dat iedereen een volle maand eerder dan het bereiken van de 67e verjaardag met pensioen gaat. Maar in de praktijk is het gemiddeld een halve maand.

Werkgevers worden hoe dan ook geconfronteerd met weer een aanpassing van de pensioenregeling, een wijziging die ze niet begrijpen. Daar komt bij dat pensioenuitvoerders op dit moment niet kunnen aansluiten bij de verjaardag van de pensioengerechtigde. Er is geen enkele uitvoerder die de daarvoor benodigde 365-dagenadministratie heeft.

Het invoeren en aanpassen van de administratie zodat deze kan aanhaken bij de verjaardag van de pensioengerechtigde is voor de pensioenuitvoerder dan ook een zeer kostbaar en tijdrovend proces. Kosten die worden doorberekend in de uitvoeringskosten en zo ten koste gaan van de pensioenopbouw voor deelnemers.

De administratie aanpassen op het lagere opbouwpercentage zoals de Belastingdienst voorschrijft, is minder duur en gemakkelijker door te voeren. Maar dan nog vraagt dit om een wijziging van de pensioenregeling, die vaak net is aangepast. Werkgevers zitten er niet op te wachten om opnieuw wijzigingen door te voeren.

Als pensioen echt eenvoudiger moet worden, is hier een kans om pensioenregelgeving een steentje te laten bijdragen. De oplossing is zelfs eenvoudig met een kleine aanpassing van het zesde lid van artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964. De huidige wettekst: ‘Indien het ouderdomspensioen eerder ingaat dan bij het bereiken van de 67-jarige leeftijd (pensioenrichtleeftijd)…’ wordt dan ‘Indien het ouderdomspensioen eerder ingaat dan de eerste dag van de maand waarin de 67-jarige leeftijd wordt bereikt (pensioenrichtleeftijd)…’

Deze wetswijziging is eenvoudig en zonder noemenswaardige kosten door te voeren. Door niet strikt formeel vast te houden aan de huidige wettekst stellen we als pensioensector en overheid het belang van de werknemer centraal.

Artikel uit PensioenPro van het FD

Blijf op de hoogte met Update.

Schrijf u in voor de gratis nieuwsbrief. U ontvangt elk nieuw artikel direct in uw e-mail.

Reacties

Uw reactie

Oude reacties.

Peter Koehorst - 326 dagen geleden

De voorgestelde oplossing is briljant in zijn eenvoud. Ik ben benieuwd of deze suggestie wordt gevolgd of dat er beren op de weg van deze oplossing worden gezet.

Aad Zonneveld - 325 dagen geleden

Wat mij bevreemd is dat ze wel lopen te zeveren over pensionering op de eerste dag van de maand waarin iemand 67 wordt. Want dan moet het maximaal toepasbare percentage worden herrekend.
Maar waarom niet dezelfde insteek bij eerdere pensioenleeftijden?
Er zijn maximale percentages bepaald voor elke pensioenleeftijd vanaf 60. Maar ook daar geldt dat de praktijk is dat in de pensioentoezegging is opgenomen dat dat de eerste van de maand is, waarin deze leeftijd wordt bereikt. Waarom niet ook daar aangepaste percentages voor 59 jaar en 11 maanden, 60 jaar en 11 maanden en zo verder?
Maar het zou inderdaad eenvoudiger en goedkoper zijn als men de eerste van de maand, waarin een bepaalde leeftijd in hele jaren wordt bereikt, te doen alsof die leeftijd op de eerste van die maand wordt bereikt.

R. Zwaanswijk - 325 dagen geleden

Ik denk dat deze aanpassing te eenvoudig is voor de heren en dames in Den Haag.

Rosemarie van der Velden - 325 dagen geleden

Stuur dit ook even door naar Pieter Omtzigt, kan hij er mooi kamervragen over stellen.

Anton - 325 dagen geleden

Wie gaat er nu lobbyen in het Haagse?

Bianca Wateler - 325 dagen geleden

Helemaal mee eens. Zou fijn zijn als hier een pragmatische oplossing wordt gekozen!

MD - 325 dagen geleden

Bij dezen doorgestuurd aan Kamerleden Pieter Omtzigt en mevr. Lodders. :-)

Lees ook