Update.

‘Het financiële systeem is wankel, amoreel en explosief’

Geert de Vries. 03 september 2015

Al meer dan 200.000 verkochte exemplaren, herdruk na herdruk en binnenkort de Engelse vertaling. Lovende recensies. Uitpuilende zalen tijdens de lezingentour door Nederland. En interviews op televisie, radio en in vrijwel alle kranten en opiniebladen. Joris Luyendijk heeft met zijn boek ‘Dit kan niet waar zijn’ over The City in Londen, het financieel centrum van Europa, veel losgemaakt. Zijn onthutsende conclusie: in de mondiale financiële wereld is het weer business as usual en een nieuwe, verpletterende crash kan zomaar uitbreken. Op 1 oktober staat Joris Luyendijk als keynote spreker op het podium van het Zwitserleven PensioenEvent. Wie is hij? Een profielschets.

Antropoloog of journalist?

Beide. Joris Luyendijk (1971) studeerde in Amsterdam, Kansas en Cairo, Arabische en religieuze antropologie. Na zijn studie deed hij in 1995 een jaar onderzoek onder Egyptische leeftijdsgenoten. Dat leverde in 1998 naast een doctoraal een boek op: Een goede man slaat soms zijn vrouw. In 2001 volgde Een tipje van de sluier, over de islam. Van 1998 tot 2003 was Joris Luyendijk correspondent in het Midden-Oosten. Eerst voor de Volkskrant en het Radio 1 Journaal, en de laatste drie jaar voor NRC Handelsblad en de NOS. Als‘groentje’ en ‘padvinder’ in de journalistiek onderging hij in deze periode zijn vuurdoop als verslaggever. Zijn ervaringen met de filters, vervormingen en manipulaties in beeldvorming door de massamedia tekende hij op in Het zijn net mensen (2006). Met ruim 300.000 verkochte exemplaren zijn eerste bestseller en bekroond met de NS Publieksprijs 2007, de Dick Scherpenzeelprijs 2007 en de Assises du Journalisme Literary Prize 2010. Met dit boek vestigde hij ook meteen zijn naam als ‘veldwerkjournalist’. Luyendijk is geen nieuwsjager, kortademig op zoek naar scoops en meewaaiend op de nieuwswaan van de dag. Hij benadert zijn onderzoeksobjecten als antropoloog: observerend, registrerend, analyserend en interpreterend. Met als doel de ongeschreven regels, taboes en interne hiërarchieën bloot te leggen die gemeenschappen als stammen samenbinden. Deze antropologische aanpak kenmerkt ook zijn boek Je hebt het niet van mij, maar… (2010), over de ondoorzichtige verstrengeling van lobbyisten, journalisten, politici en voorlichters in de Haagse politiek. Het geldt evenzeer voor zijn meest recente werk ‘Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers’ (2015), een antropologisch hoogstandje en met ruim 200.000 verkochte exemplaren opnieuw een bestseller. Voor dit laatste boek dompelde Luyendijk zich in opdracht van de Britse krant ‘The Guardian’ als leek twee jaar lang onder in The City in Londen. In die periode interviewde hij ruim tweehonderd insiders in de wereld van global finance. Van derivatenhandelaars, vermogensbeheerders, risicoanalisten en managers tot accountants, toezichthouders, HR-medewerkers en zakenbankiers. Het resultaat van zijn veldwerk is even verrassend als shockerend: zeven jaar na de bijna-collapse van het mondiale financiële systeem is er niets veranderd en kan een bankencrisis zich zomaar opnieuw voordoen. ‘De financiële sector is wankel, amoreel en explosief.’

Mijn taak is om mensen blokken te geven waarmee ze hun wereldbeeld kunnen bouwen.

Onheilsprofeet of klokkenluider?

Joris Luyendijk schrijft zoals hij praat: toegankelijk, helder en zonder omhaal van woorden. Zijn boeken zijn dun (Dit kan niet waar zijn is met 200 pagina’s de dikste) en zelfs door de onervaren lezer als fastfood te verorberen. Maar de inhoud ligt na afloop wel als een baksteen op de maag. Alsof je een avond zwaar hebt getafeld. En dat ongemakkelijke gevoel blijft, want de boeken van Luyendijk veranderen je blikveld. Zo is het na lezing van Het zijn net mensen onmogelijk om nog naar het NOS Journaal te kijken of de krant te lezen zonder je af te vragen wie het nieuws heeft geselecteerd en of de informatie en beelden die worden voorgeschoteld wel kloppen met de werkelijkheid. En roept na Je hebt het niet van mij, maar… voortaan elk interview met een politicus in een actualiteitenprogramma de vraag op welke deal er achter de schermen is gesloten met de redactie. Voor Dit kan niet waar zijn geldt dit ‘ongemakkelijke onderbuikgevoel’ nog eens te meer. Waar politici, banken en toezichthouders om het hardst roepen dat de financiële crisis van 2008 is bezworen en tot fundamentele veranderingen heeft geleid, prikt Joris Luyendijk deze illusie met chirurgische precisie door. En daar word je als lezer knap onrustig van. Is hij hierdoor, zoals criticasters beweren, een onheilsprofeet? Een doemdenker? Een zwartkijker? Eerder een ‘alarmist’, een klokkenluider die het onzichtbare zichtbaar maakt. In zijn eigen woorden: ‘Ik ben vooral een ontdekkingsreiziger die het leuk vindt om kennis over te dragen, zodat burgers het inzicht hebben om een beredeneerde keuze te maken. Mijn taak is om mensen blokken te geven waarmee ze hun wereldbeeld kunnen bouwen. Nieuwsgierigheid is mijn ultieme drijfveer.’

Moraalridder of missionaris?

Als religieus antropoloog heeft Joris Luyendijk een diepgewortelde fascinatie voor moraal en ethiek, en de invloed hiervan op gemeenschappen. Hij is echter geen moraalridder die als een dominee van de kansel fanatiek de leer van goed en kwaad verkondigt. Integendeel, zo bewijst Dit kan niet waar zijn. Terwijl individuele bankiers zowel in de media als in de publieke opinie als hebzuchtige monsters en de hoofdschuldigen van de financiële crisis worden afgeschilderd, blijft Joris Luyendijk in zijn boek opvallend mild. Hij huilt niet met de wolven mee, maar neemt de bankiers zelfs bijna in bescherming. ‘Dit zijn geen mensen die moedwillig kwaad doen, maar conformisten die zichzelf überhaupt geen vragen meer stellen over goed en kwaad. Zij schakelen de moraal gewoon uit.’ Juist deze amorele cultuur vormt volgens hem samen met de belangenconflicten, de perverse prikkels en de megaomvang van de banken (‘too big to fail’) de kernproblematiek van het huidige financiële systeem. En de reden waarom een nieuwe mondiale crash zich elk moment kan aandienen. Heeft Luyendijk een panklare oplossing? Dat niet. Maar hij is wel een man met een missie, een wereldverbeteraar met ideeën. Door al zijn boeken loopt onderhuids als rode draad het geloof in een maakbare samenleving en de democratie. Zo doet hij in het nawoord van de 23ste druk van Het zijn net mensen vier concrete voorstellen voor een Nieuwe Journalistiek ‘om het publiek ervan te doordringen dat ze niet de Waarheid krijgen, maar een imperfecte en gekleurde versie van die waarheid.’ En pleit hij in Je hebt het niet voor mij, maar… voor meer openheid en transparantie over de verstrengeling van de spelers op het Binnenhof. Ook in Het kan niet waar zijn en in interviews geeft Luyendijk aan wat er in zijn ogen moet veranderen, en hoe: ‘Het democratisch bestel is en blijft de beste kans van gewone burgers om op vreedzame wijze de macht te heroveren op de mondiale financiële sector. Het is ook de beste kans voor de sector om zichzelf te hervormen, voor het te laat is.’

Kuifje of Pietje Bell?

‘Kuifje bij de Bankiers’. Zo typeert Joris Luyendijk zichzelf in de inleiding van Het kan niet waar zijn. Een knipoog van de auteur, die illustratief is voor zijn sympathieke zelfrelativering. Door de vergelijking met Kuifje doet hij zichzelf echter wel flink te kort.  Oké, Kuifje is net als Luyendijk een reporter, maar dat is dan ook de enige overeenkomst. Want er is geen saaier, fletser, geslachts- en humorlozer stripfiguur dan de wereldberoemde creatie van tekenaar Hergé. Dat is van Joris Luyendijk bepaald niet te zeggen. Hij is charmant, welbespraakt en vol vuur, en beschikt over een flinke dosis humor, zelfspot en ironie. Ook in zijn boeken valt er ondanks de verontrustende en somber stemmende inhoud regelmatig te lachen. Zo is in Het kan niet waar zijn de categorisering van de geïnterviewde werknemers in ‘Masters of the Universe, tandenknassers, neutralen, koele kikkers en zeepbel- en waanbankiers’ bij vlagen hilarisch. Wat dit betreft, heeft Joris Luyendijk meer gemeen met Pietje Bell, de hoofdpersoon in de boeken van Chris van Abkoude. En dan niet de jonge schavuit, maar de volwassen versie in Pietje Bell in Amerika (1929). Want let op de parallellen: als journalist bij het fictieve Rotterdamse blad De Morgenpost weet Pietje een vriend uit handen van een criminele familie te halen die hem wil laten opsluiten in een inrichting. De vriend vertrekt daarna naar Amerika en Pietje volgt als journalist in zijn voetsporen. Uiteindelijk komt hij weer terug, na in Amerika een gangsterbende te hebben ontmaskerd. Hij trouwt, krijgt drie zonen, die al even kwajongensachtig zijn als hij zelf was, en wordt hoofdredacteur van de krant. Het voorland van Joris Luyendijk? Dat zou zomaar waar kunnen zijn.

Joris Luyendijk

Joris Luyendijk is op 1 oktober keynote spreker op het Zwitserleven PensioenEvent. In zijn lezing gaat hij in op de positie van de Nederlandse pensioenindustrie. Zijn zij passagiers in het vliegtuig van de financiële wereld? Is ook in hun vliegtuig de cockpit leeg? Daarbij belicht hij de verschillende aspecten van de relatie tussen de pensioen- en de bankenwereld. Een unieke kans om deze spraakmakende journalist en schrijver ‘live’ te zien en te horen.

Kunt u er niet bij zijn op 1 oktober in Radio Kootwijk? Houd dan Update magazine goed in de gaten; begin oktober kunt u hier een uitgebreid interview met Joris Luyendijk terugvinden.

Blijf op de hoogte met Update.

Schrijf u in voor de gratis nieuwsbrief. U ontvangt elk nieuw artikel direct in uw e-mail.

Reacties

Uw reactie

Oude reacties.

Edward van Vlaanderen - - 781 dagen geleden

Hij snapt het helemaal..

Lees ook