Update.

'Betere wetten en lik op stuk'

Geert de Vries. Fotografie Ruurd van der Meulen. 14 oktober 2015

'Banken zijn too big to fail. Dit is echt desastreus.' Dat zei journalist Joris Luyendijk, auteur van de bestseller Het kan niet waar zijn, op 1 oktober tijdens het Zwitserleven PensioenEvent in Radio Kootwijk. In het hol van de leeuw, voor een kritisch publiek van ruim 500 pensioenadviseurs, HR-managers en werkgevers, vertelde Luyendijk over zijn onderzoek onder zakenbankiers in The City in Londen. Zijn kernboodschap: het financiële systeem is nog net zo amoreel en onveilig als in 2008. Een kant-en-klaar recept voor verandering gaf hij niet. Wel een oplossingsrichting: betere wetten en lik op stuk. Reden genoeg om in een interview door te praten…

In je presentatie gaf je aan dat werknemers in de Britse financiële sector in vergelijking met Nederland extra gevoelig zijn voor perverse prikkels. Hoe komt dat?

‘Belangrijke reden is de verschillende context van werk en samenleving. In Nederland kennen we ontslagbescherming. Wanneer je je baan in de financiële sector verliest, hoef je dus niet meteen je huis te verkopen. De kans dat je wordt ontslagen, is bovendien kleiner.

Als je in Engeland als werknemer dwarsligt en te veel ethische vragen stelt, sta je meteen buiten. In The City is het normaal om binnen vijf minuten je job kwijt te raken. Je manager zet bij wijze van spreken gewoon een kruisje achter je naam en de volgende dag kom je het pand niet meer in. Of je krijgt een telefoontje dat je je moet melden en na een kort gesprek kan je je spullen pakken. Ook is er bij een aantal topbanken een jaarlijks ritueel, the cull, ofwel de ruiming: de minst presterende 2 of 3% van het personeel vliegt eruit. Dit alles heeft een enorme impact.

Mensen zijn sowieso gevoelig voor prikkels. Maar als je continu in angst en onzekerheid leeft, en niet weet of je morgen nog wel werk hebt, wordt de neiging om meer risico’s te nemen en de grenzen van de wet op te zoeken vanzelf groter. Zoals de verleiding om als risk & compliance officer dwars te gaan liggen, ook flink afneemt. Het is een blauwdruk voor kortetermijndenken.

Daar komt nog eens bij dat Engeland veel meer dan Nederland een klassenmaatschappij is. Je sociale afkomst bepaalt daar bijna alles: naar welke school je gaat, welke universiteit je bezoekt en welke baan je uiteindelijk krijgt. Op je vierde ligt eigenlijk al vast hoe je leven verloopt: 7% van de kinderen gaat naar een privéschool en 2/3 van de goede banen belandt bij mensen die op zo’n eliteschool hebben gezeten. Veel ouders gaan daarom tot het uiterste om hun kinderen naar een private school te sturen. Die zijn echter peperduur. Ontslag betekent dus dat je je kinderen van school moet halen. Voor Britten is dat een persoonlijk drama.’

Wat zijn de overeenkomsten tussen de Britse en de Nederlandse financiële sector?

‘De kernovereenkomst, en daarmee het belangrijkste pijnpunt, is dat de grootbanken beursgenoteerd zijn en ‘too big to fail’. Vroeger werkten zakenbankiers in The City in kleine partnerschappen, waarbij het management grotendeels samenviel met de eigenaren. Partners waren hoofdelijk aansprakelijk en verdienden bij winst een bonus. Maar als het misging, betaalden ze zelf de rekening, de malus. Die eigendomsstructuur is vanaf de jaren negentig radicaal veranderd door de beursgang. Het risico ligt nu bij de aandeelhouders, terwijl bankiers deels worden betaald in aandelen en opties. Hoe hoger de koers, des te meer ze waard zijn. Dat leidt tot een ‘race to the bottom’ over wie het meeste risico durft te nemen. De lange termijn speelt daarbij onvergelijkbaar veel minder een rol dan bij partnerschappen; alles draait om winstmaximalisatie en shareholders value. Op die race zit geen rem, want de banken zijn door fusies en overnames en vervlechting met andere banken zo groot geworden dat ze niet failliet kunnen. Dat is echt desastreus.

Als je beursgenoteerd en too big to fail bent, krijg je heel snel dat mensen een 'box ticking’-mentaliteit ontwikkelen: zorg ervoor dat je aan alle regeltjes hebt voldaan zodat de toezichthouder je niks kan maken en het is anything goes. En wanneer het dan toch misgaat, stuur je de rekening door naar de shareholders en de belastingbetaler. Die zijn de klos. Laat hierbij gezegd zijn dat het met name de aandeelhouders waren die tot 2008 bijna unaniem almaar onrealistischer rendementen van banken eisten. Het topmanagement ging daar lekker in mee, maar hoe slim was dat? Hier zijn institutionele beleggers, zoals ook verzekeraars, achteraf nauwelijks op aangepakt. Dat is de worsteling van iedereen in het beursgenoteerde bedrijfsleven met een ethisch kompas: zij zitten in een prikkelstructuur die haaks staat op moreel gedrag en zijn machteloos. Want doe je niet mee aan het spel, dan ben je na verloop van tijd het lulletje van de sector en gaat de organisatie op de lange termijn ten onder. Alle buitenstaanders zien dat dit amorele systeem tot immorele uitkomsten leidt. Maar het van binnenuit veranderen, blijkt ontzettend moeilijk. In de woorden van Albert Einstein: een probleem wordt zelden opgelost in de context waarin het heeft kunnen ontstaan.’

Ik ben er voorstander van om banken en verzekeraars op te knippen in kleinere, behapbare delen.

Hoe moet het anders?

‘Zoals ik op het PensioenEvent heb uitgelegd, ben ik bewust terughoudend in het noemen van concrete oplossingen. Ik ben nu eenmaal journalist en geen bancair of organisatie-expert. Maar ik heb natuurlijk wel een mening. Een systeem waarin mensen worden beloond voor het nemen van risico’s als het goed gaat, terwijl anderen de rekening betalen als het slecht gaat, is onrechtvaardig en een recept voor een explosie. Zelfs kinderen snappen dat dit niet klopt: als jij keurig je huiswerk maakt en hoge cijfers haalt, krijg je veel snoep; als je er een potje van maakt, moet een ander z’n snoep inleveren. Zolang banken en verzekeraars ‘too big to fail’ zijn, blijft deze weeffout in het systeem bestaan. We moeten er dus voor zorgen dat ze weer failliet kunnen gaan. Ik ben er voorstander van om ze op te knippen in kleinere, behapbare delen.

Net zo belangrijk is dat bij een faillissement de verantwoordelijken keihard worden aangepakt. Lik op stuk, zakelijk én privé. Als je een bonus wilt als het goed gaat, moet je ook een malus krijgen als het fout gaat. Na de nationalisatie van ABN AMRO en SNS REAAL is die malus niet uitgedeeld. Een gemiste kans om de bloedlust van het publiek te bevredigen, het systeem te zuiveren en voor afschrikking te zorgen. Denk je dat degenen die het debacle bij SNS Property Finance hebben veroorzaakt, nu berooid in een schuurtje wonen en bloembollen aan het rooien zijn? Velen zitten nog steeds lekker in de sector en hebben niets hoeven terug te betalen; salarissen noch bonussen. Veel personen die in 2008 bij Lehman Brothers aan de knoppen draaiden, hebben nog steeds prachtige carrières. En Jeb Bush, indertijd één van de best betaalde adviseurs van Lehman, wordt straks mogelijk president van Amerika. Als je echt wilt dat amoreel gedrag nog twintig jaar doorgaat, moet je het vooral op deze manier doen. In dit verband kunnen we wel wat van de Britten leren. Die treden hier en daar hard op. Misselling wordt althans bestraft met torenhoge boetes en een Libor-handelaar gaat veertien jaar de bak in.’

Je pleit ook voor betere wetgeving. De regels voor banken en verzekeraars zijn de afgelopen jaren al flink aangescherpt. Waarom is er nog meer nodig?

‘Wetten en regels zijn twee verschillende dingen. We hebben een vergissing gemaaktdoor ze in één woord (wet- en regelgeving) samen te trekken. Een goede wet is zo helder dat hij weinig regels behoeft. Bij een slechte wet heb je juist heel veel regels nodig om gaten en lekken te dichten. Mijn lievelingsvoorbeeld is de dot.comcrash. In de jaren negentig werd het toegestaan dat banken technologiebedrijven naar de beurs brachten voor enorme fees en tegelijk in de aandelen handelden, voor eigen rekening, namens klanten en via vermogensbeheer. Alles onder één dak. Dit leidde tot een belangenconflict: de verkoper van het huis werd geadviseerd door de koper. Wat hebben we toen gedaan? In plaats van wettelijk helder vast te leggen dat een bank slechts één rol mag spelen, hebben we Chinese muren geplaatst tussen de verschillende activiteiten. En dus hadden we regels nodig over de lift. Mogen werknemers in verschillende activiteiten met dezelfde lift? Mag er hardop worden gesproken in de lift? Moet er iemand in de lift staan die dit controleert? Kortom, allerlei regels die nodig waren omdat we een slechte wet hadden gemaakt. Het gevolg hiervan is dat bankiers en verzekeraars nu worden verstikt door complianceregels. Hierdoor is het vrijwel onmogelijk om een nieuwe bank op te richten, wat goed zou zijn voor concurrentie. De barrières voor toetreders zijn echter enorm en bankieren is afschuwelijk bureaucratisch aan het worden.’

Mensen zijn gewoon niet goed in het op lange termijn plannen, anders zouden ook niet zo velen roken.

Met ‘Het kan niet waar zijn’ en je andere boeken wil je burgers inzicht bieden zodat ze beredeneerde keuzes kunnen maken. De pensioensector investeert ook veel in bewustwording. Toch lukt het maar niet om het pensioenbewustzijn te vergroten. Hoe verklaar jij dit?

‘Misschien verwachten we wel te veel van de gemiddelde burger. Mensen zijn gewoon niet goed in het op lange termijn plannen, anders zouden ook niet zo velen roken. Kijk naar kinderen: als je ze de keuze biedt tussen één snoepje nu en drie als ze een tijdje wachten, kiezen de meesten toch voor de directe beloning. Ik raak daar niet door ontmoedigd. We leven in een democratie en dat is toch uiteindelijk een systeem met een optimistisch mensbeeld. Als alle andere alternatieven zijn uitgeput, doen mensen het juiste. We moeten dus gewoon doorgaan, volhouden en blijven investeren in verandering. Kijk naar wat we in de afgelopen 200 jaar al hebben bereikt: de afschaffing van de slavernij, gelijke behandeling van homoseksuelen, vrouwenemancipatie. Wat je nodig hebt, zijn de mensen die echt betrokken zijn. Die moet je bereiken, de rest zijn schapen die erachteraan lopen.’

In je boek roep je burgers op om hun eigen verantwoordelijkheid te pakken en zo veranderingen in het financiële systeem af te dwingen. Hoe vul jij dit zelf in de praktijk in?

‘Mijn mogelijkheden zijn op dit moment beperkt. Ik woon in Engeland en als expat was het door de terrorismewetgeving nogal complex om een bankrekening te openen. Wanneer ik met mijn gezin naar Nederland terugkeer, ga ik in elk geval niet bankieren bij één van de beursgenoteerde grootbanken. Verder streef ik naar lage lasten en hoge buffers. Ik luister dus niet naar financieel adviseurs die me aanraden om een hoog mogelijke hypotheek te sluiten. Misschien houd ik, volgehangen met schuld, wat meer geld over aan het eind van de maand. Maar de prijs die ik hiervoor betaal, is stress.

Het amorele van ‘zo veel mogelijk lenen om zo min mogelijk belasting te betalen’ staat me bovendien tegen. Ik verwijt het niemand, maar het past niet bij mij. Ik vind het een fijner idee dat mijn huis op een bepaald moment schuldenvrij is. Dat ik er ook zonder inkomen kan blijven wonen en dat het door zonnepanelen op het dak een soort van energiemaatschappijtje is. Mijn pensioen staat gewoon op een spaarrekening; aan beleggen doe ik niet. Daarvoor is het sinds 2008, door alle interventies van de Centrale Banken, monetair veel te woelig in de wereld. Geld moet je gebruiken om rust te kopen!’

Joris Luyendijk

Joris Luyendijk was op 1 oktober keynote spreker op het Zwitserleven PensioenEvent. In zijn lezing ging hij in op de positie van de Nederlandse pensioenindustrie. Zijn zij passagiers in het vliegtuig van de financiële wereld? Is ook in hun vliegtuig de cockpit leeg? Daarbij belichtte hij de verschillende aspecten van de relatie tussen de pensioen- en de bankenwereld. Bekijk de video van het PensioenEvent. Lees ook de profielschets die wij eerder over hem publiceerden.

Blijf op de hoogte met Update.

Schrijf u in voor de gratis nieuwsbrief. U ontvangt elk nieuw artikel direct in uw e-mail.

Reacties

Uw reactie

Oude reacties.

marike - 739 dagen geleden

goed geschreven geert de vries

Lees ook