Eerder stoppen kost geld

Dat is best even schrikken, als je gaat uitrekenen hoeveel pensioen je ontvangt als je besluit om eerder te stoppen met werken. Toch kan het wel, als je bijtijds begint met maatregelen om een spaarpotje op te bouwen.

Eerder stoppen kost geld
Eerder stoppen met werken is natuurlijk erg aantrekkelijk, maar meestal geen haalbare kaart. Als je op je 58e wilt stoppen met werken, laat je zeven arbeidsjaren liggen. Je hebt niet alleen in die jaren geen inkomen meer en alleen maar uitgaven, maar je bouwt in die periode ook geen pensioen op. Je krijgt ook pas op je 65e AOW. Je moet in dat geval de eerste zeven jaar dus zelf overbruggen en dan mag je wel een aardig potje (spaar)geld hebben. Het is wel mogelijk om de AOW uitkering uit te stellen als je juist langer wilt doorwerken. Voor elk jaar dat je dat doet, ontvang je 5% meer AOW. Maar de AOW eerder laten ingaan, dat kan niet.

Als je toch eerder wilt stoppen met werken, dan wordt je pensioen lager omdat je het een aantal jaren minder opbouwt. Je pensioen wordt ongeveer met 7% per jaar verlaagd, per jaar dat je eerder stopt met werken. Pensioen wordt uitgekeerd vanaf de pensioendatum tot het overlijden. Vermenigvuldig je pensioenbedrag met de factor die hoort bij het aantal jaren dat je eerder wilt stoppen met werken en je weet ongeveer wat je aan pensioen overhoudt.
 

Rekenvoorbeeld
Stel, een 65-jarige krijgt een pensioen van €15.000 per jaar. Hij of zij heeft per jaar een bedrag van €500 aan pensioen opgebouwd. Wil hij stoppen met werken op 62-jarige leeftijd, dan is het pensioen dat wordt uitgekeerd op zijn 65e €13.500 per jaar, omdat er drie jaar pensioenopbouw mist. Laat hij het pensioen ingaan op zijn 62e, drie jaar eerder, dan daalt het pensioenbedrag naar €10.260 (namelijk €13.500 x 0,76).
Hou er rekening mee dat pensioenuitkeringen altijd bruto zijn, je moet er dus nog belasting over betalen. Vergelijk je pensioenuitkering dus met je bruto jaarinkomen; of je eerder kunt stoppen met werken hangt af van de hoogte van je pensioenuitkering, je spaargeld of ander vermogen en je kosten. Als je eerder wilt stoppen met werken, kun je bijtijds maatregelen nemen, waarvan we hier een aantal voorbeelden geven.

Extra pensioen
Je kunt extra sparen in je pensioen. Vraag je werkgever om een extra bedrag in je pensioen te storten. Dat extra bedrag trekt de werkgever af van je bruto loon. Sla om voor de levensloopregeling.

Levensloop
Veel werkgevers bieden een levensloopregeling aan. Levensloop is het sparen of beleggen van bruto loon. Je kunt dat spaargeld opnemen voor zorg- of studieverlof of een sabbatical, maar ook om eerder met pensioen te gaan.

Er zijn twee soorten aanvullingen op je pensioen: levenslang en tijdelijk.
1. Een levenslange aanvulling ontvang je vanaf het moment dat je met pensioen gaat tot je overlijden.
2. Een tijdelijke aanvulling kun je bijvoorbeeld voor een paar jaar nemen, ter overbrugging. Stel dat je €10.000 nodig hebt om drie jaar te overbruggen, vanaf je 62e tot je 65e. In dat geval moet je €28.000 gespaard hebben op je 62e. Je kunt met het onderstaande schema de looptijd en de factor berekenen.

Als je eerder met pensioen wilt gaan dan de standaard pensioendatum in je pensioenregeling, dan moet je dit bespreken met je werkgever. Als hij akkoord gaat, informeert de werkgever zelf de pensioenmaatschappij. Deze stuurt de bevestiging en de formulieren die ingevuld moeten worden.

 

De erfenis van tante Mathilde
Het kan gebeuren dat je ver voor je pensioendatum geld ‘in de schoot geworpen’ krijgt. Het is natuurlijk niet leuk is als er een familielid overlijdt, maar de erfenis biedt wel de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken; als je het geld omzet in een lijfrentepolis die uit gaat keren op een pensioendatum naar keuze, afhankelijk van het grootte van het bedrag.