Toetsnorm compensatieregeling voor Beleggingspensioenen
Naar aanleiding van de discussie over de hoogte van de kosten van beschikbare premieregelingen in combinatie met beleggingsmogelijkheden, is een toetsnorm opgesteld. De toetsnorm bepaalt of en zo ja hoeveel compensatie de deelnemers ontvangen. De toetsnorm bedraagt 1,5% van het belegd vermogen per jaar en 9,5% van de premie per jaar.
De norm geldt voor alle contracten die al op 1 januari 2010 bestonden. Daarbij is niet van belang op welk moment een deelnemer is toegetreden tot de regeling. Dit kan dus ook na 1 januari 2010 zijn.
Voor het bepalen van de compensatie wordt per deelnemer het kapitaal tot aan de pensioendatum doorgerekend. Het compensatiebedrag is het verschil tussen het kapitaal op basis van de werkelijke kosten en op basis van de toetsnorm. Aan de hand van een voorbeeld lichten we dit graag toe.
Werkgevers hoeven niet zelf in actie te komen. De pensioenverzekeraar neemt zelf contact op. De deelnemers worden automatisch gecompenseerd.
De norm is een norm voor het verleden. Het is dus voor nieuwe regelingen niet verboden om hogere kosten dan de norm te hanteren. Het argument hiervoor is dat de door de aangepaste wet en regelgeving werkgevers en werknemers zich voldoende kunnen informeren over de hoogte van de kosten.
Zwitserleven zal onderzoeken of en zo ja hoe het huidige productassortiment aanpassing behoeft. De problematiek van kosten die onevenredig de pensioenopbouw afremmen speelt vooral bij pensioencontracten met een gering aantal deelnemers in combinatie met lage pensioenpremies. Procentueel lijken de kosten daar erg hoog, maar in absolute bedragen blijken deze pensioencontracten nauwelijks de kosten te dekken. Het zal dus zoeken zijn naar mogelijkheden ook voor deze groep een betaalbaar pensioen aan te blijven bieden.
