AFM leidraad tweede pijler pensioenadvisering: open deuren of belangrijke aandachtspunten?

In 2008 en 2009 heeft de AFM onderzoek gedaan naar adviezen over tweedepijler pensioenproducten door financieel dienstverleners. Onder andere op basis van de bevindingen uit het onderzoek hebben we de leidraad tweedepijler pensioenadvisering geschreven. Deze leidraad bevat richtlijnen voor de pensioenbemiddelaars/adviseurs (hierna: pensioenadviseurs). Zijn de richtlijnen open deuren? Voor een aantal adviseurs zeker. Uit het onderzoek blijkt echter dat er voor veel adviseurs belangrijke aandachtspunten zijn. In dit artikel wordt een korte samenvatting gegeven van de leidraad. De gehele leidraad is te vinden via www.afm.nl

Doel van de leidraad
In de tien afleveringen van de leidraad tweedepijler pensioenadvisering hebben we de belangrijkste aandachtspunten in de verschillende fasen in het adviestraject belicht. Doel van de leidraad is om de pensioenadviseur richtlijnen te geven, waarmee hij het pensioenadvies richting de werkgever kan verbeteren. Ook geeft de leidraad ondersteuning aan de pensioenadviseur bij het voldoen aan wet- en regelgeving.

Wettelijke adviesregels van toepassing
Als u een pensioenadvies geeft in de zin van de Wft dan gelden de wettelijke adviesregels. Dit betekent dat u voordat u een advies kunt geven, veel informatie nodig hebt over de onderneming, haar financiële positie, de doelstellingen, de risicobereidheid en de kennis en ervaring van de werkgever. Relevante informatie over de onderneming is bijvoorbeeld ook de toekomstige ontwikkelingen van de onderneming .

Bepalen bandbreedte van het advies
U dient aan het begin van het adviestraject te onderzoeken wat het kader is waarbinnen het advies over het pensioenproduct moet passen. Hiervoor onderzoekt u bijvoorbeeld of er een CAO en/of verplichtgesteld BPF van toepassing is en of er een bestaande pensioenregeling aanwezig is. Het onderzoek naar CAO en/of BPF is van wezenlijk belang aangezien de aanwezigheid ervan bepalend is voor de pensioenregeling van de werkgever. U kunt geen passend advies geven indien u geen onderzoek doet naar de aanwezigheid van een CAO en/of BPF. Aangezien een werkgever niet altijd weet of er een CAO en/of BPF van toepassing is, dient u dit zelf te onderzoeken.
 
Inventariseren gegevens en doelstellingen van de werkgever
Een passend advies sluit aan bij de specifieke wensen en situatie van de werkgever. U dient alle relevante informatie over de werkgever en zijn onderneming te verzamelen. Het is hierbij van belang dat u weet wat de kennis en ervaring van een werkgever is over pensioenproducten. U dient namelijk de informatie die u aan de werkgever verstrekt hierop af te stemmen. Daarnaast is dit inzicht nodig om antwoorden van de werkgever op waarde te kunnen schatten. De werkgever bepaalt zijn doelstellingen voor het pensioenproduct en zijn risicobereidheid op basis van de informatie die u verstrekt over de keuzemogelijkheden. Hierbij spelen de voor- en nadelen van deze mogelijkheden voor hem en voor zijn werknemers een belangrijke rol.

U inventariseert de doelstellingen voor de pensioenregeling zowel voor de dekkingen (de kwaliteit van de regeling) als voor de kosten. Deze doelstellingen inventariseert u afzonderlijk van elkaar. Op deze wijze maakt u de werkgever bewust van de keuzes die hij moet maken en dus wat hij wel of niet regelt voor zijn werknemers. Als een werkgever bijvoorbeeld geen dekking wenst voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, dan dient u de werkgever goed te informeren over de gevolgen hiervan voor zijn werknemers.

Inventariseren van de financiële situatie
Een pensioenregeling dient bij het afsluiten van het product en in de toekomst betaalbaar te blijven voor een werkgever. Het is immers een langlopende verplichting. Het mag niet zo zijn dat de pensioenlasten een bedreiging vormen voor de continuïteit van de onderneming. U dient daarom de financiële positie van een onderneming nu en in de toekomst te onderzoeken. Als u bijvoorbeeld weet dat de werkgever verwacht binnen vijf jaar flink uit te breiden, dan dient u hiermee rekening te houden bij de beoordeling van het pensioenproduct in combinatie met de financiële situatie van de werkgever.

Bij de inventarisatie van de financiële positie kijkt u onder andere naar de liquiditeitspositie van de onderneming en de solvabiliteit (financiële draagkracht). In uw dossier dient u documenten op te nemen waaruit de financiële positie van de onderneming blijkt.

Analyse en prioritering
U verzamelt op een breed terrein informatie die relevant is voor de inhoud van uw advies. U bekijkt deze losse informatie in hun onderlinge verband en gaat na of de ingewonnen informatie tegenstrijdig met elkaar is. U kijkt hierbij onder meer of doelstelling en risicobereidheid op elkaar aansluiten. Van een tegenstrijdigheid is bijvoorbeeld sprake als de werkgever als doelstelling heeft om de financiële lasten laag te houden en tevens als doelstelling heeft om voor de werknemers een hele goede pensioenregeling te treffen. Constateert u een tegenstrijdigheid dan bespreekt u dit met de werkgever. U vraagt de werkgever aan te geven wat voor hem het belangrijkst is. Hierbij is het van belang dat u de werkgever goed informeert over de mogelijkheden en de voor- en nadelen van bepaalde keuzes.

Analyse van relevante wet- en regelgeving
Bij het formuleren van het advies hebt u niet alleen te maken met de wensen van de werkgever maar ook met een breed scala aan wet- en regelgeving waarmee u rekening moet houden bij het opstellen van het uiteindelijke advies. Een advies voor een tweedepijler pensioenproduct dat strijdig is met wet- en regelgeving is per definitie geen passend advies.

Advies over de pensioenregeling
Op het moment dat de informatie van de werkgever eenduidig is, gaat u na welke pensioenregeling volgens u passend is voor de werkgever. U bespreekt uw advies met de werkgever en legt hem uit waarom u de regeling passend vindt.

Opstellen van het pakket van eisen aan de offerte
U weet nu welke pensioenregeling passend is. De volgende stap is het opvragen van de offertes. Om ervoor te zorgen dat de offertes die u opvraagt onderling vergelijkbaar zijn, is het van belang dat u eerst de uitgangspunten op een rij zet waaraan de offertes moeten voldoen. Bijvoorbeeld de rekenrente voor de opbouw- en pensioenuitkeringsfase of het wel of niet uit de staffel houden van premies voor het nabestaandenpensioen. Hierbij vormt de pensioenregeling, de informatie over de onderneming en de wensen van de werkgever het uitgangspunt. Bij het analyseren en vergelijken van de offertes gaat u uit van deze eisen en zorgt u ervoor dat deze worden vormgegeven in het uiteindelijke pensioencontract.

Advies
Op het moment dat u advies gaat uitbrengen aan de werkgever over de pensioenregeling, wordt van u verwacht dat u per onderdeel van het pensioenproduct duidelijk aangeeft welke keuze passend is voor de werkgever. U betrekt hierin alle doelstellingen van de werkgever, zowel de verschillende dekkingen van het pensioenproduct als de kosten. Tevens betrekt u de financiële positie van de onderneming in het advies. Het pensioenproduct dat wordt geadviseerd moet immers financieel voor de werkgever zijn op te brengen.

Met het doorlopen van het adviestraject adviseert u uiteindelijk een passend product voor de werkgever. Hierin neemt u tevens de keuze voor de pensioenaanbieder mee. Indien de werkgever het advies volgt, is het adviestraject afgerond. U maakt vervolgens afspraken met de werkgever over het vervolgtraject en de verdere kosten van uw begeleiding en advies. 

Advies bij wijziging of verlenging van een pensioenproduct
Als u een werkgever adviseert over wijzigingen of het wel of niet verlengen van een pensioenproduct dan zijn de adviesregels uit de Wft van toepassing. Dit betekent dat u het adviestraject dient te doorlopen. Essentiële vraag hierbij is of het pensioenproduct (de pensioenregeling en de uitvoeringsovereenkomst) nog aansluit bij de huidige situatie en wensen van de werkgever. Om dit vast te stellen dient u onder andere na te gaan of er wijzigingen zijn in de kenmerken van de onderneming, de samenstelling van het personeelsbestand en de financiële positie van de werkgever. Tevens dient u de doelstellingen en risicobereidheid van eventuele wijzigingen te inventariseren en de toekomstverwachting met de werkgever te bespreken.

U dient de werkgever tijdig te informeren over de aflopende pensioenverzekering, zodat u samen met de werkgever de voor- en nadelen van voortzetting respectievelijk beëindiging van het pensioenproduct in kaart kan brengen (let hierbij goed op de verzekeringsvoorwaarden).

U dient de werkgever zodanig te informeren over de mogelijkheden en de voor- en nadelen dat hij de consequenties van de wijzigingen voor zichzelf en zijn werknemers begrijpt en in staat is zijn doelstellingen goed te bepalen.

Advies aan werknemers
Indien u individuele werknemers adviseert over keuzemogelijkheden in de pensioenregeling dan zijn de adviesregels van de Wft van toepassing. Dit betekent dat u het adviestraject dient te volgen. Uw advies is gebaseerd op voor deze situatie relevante informatie van de werknemers over hun doelstellingen, financiële positie, risicobereidheid en kennis en ervaring. U dient de werknemers hierbij adequaat te informeren over de pensioenregeling en de voor- en nadelen van een bepaalde keuze. Tevens is van belang dat u nagaat of de werknemer zich bewust is van de gevolgen van zijn keuze.

Leg alles goed vast!
U dient de informatie over de werkgever en het geadviseerde product te documenteren en te bewaren. De informatie in uw dossier dient zo duidelijk te zijn dat u kunt aantonen dat uw advies passend is voor de werkgever. Mocht u in de toekomst worden geconfronteerd met een klacht van een werkgever of werknemer, dan kunt u aan de hand van de vastgelegde informatie nagaan op welke uitgangspunten u uw advies destijds hebt gebaseerd.

Als er afgeweken wordt van uw advies dan is het van groot belang dat u dit vastlegt. Het is daarbij verstandig om de werkgever of werknemer te laten tekenen voor afwijking van uw advies en vast te leggen dat u hebt gewezen op de risico’s en gevolgen.

Pensioenmaterie is complex
In de gehele leidraad hebben wij slechts een deel van de pensioenmaterie kunnen opnemen. De leidraad is zeker geen pensioenopleiding. Door de complexiteit van de materie is pensioen een vakgebied dat veel expertise vereist en dat u er niet ‘naast kunt doen’. 

De AFM wil benadrukken dat de voorbeelden van een goede adviespraktijk in deze leidraad niet de enige manier zijn waarop u een kwalitatief goed pensioenadvies kunt geven. U kunt zelf bepalen hoe u adviseert, zolang u voldoet aan de minimale eisen die de wet stelt. De leidraad is bedoeld om u hierbij te ondersteunen. De AFM verwacht van u dat u, waar nodig, uw adviespraktijk verbetert. En dat u daarbij de richtlijnen uit deze leidraad in acht neemt. We bevelen u aan om uw eigen adviespraktijk te toetsen aan de leidraad.