Zwitserleven over het pensioenakkoord

Sociale partners en kabinet zijn op 9 juni 2011 tot overeenstemming gekomen over een herziening van AOW en pensioen. De lijn van het in juni 2010 gesloten pensioenakkoord is nu door sociale partners uitgewerkt. De gemaakte afspraken wijken in grote mate af van het wetsvoorstel dat de minister begin mei dit jaar bij de Tweede Kamer heeft ingediend. De minister heeft aangegeven op welke punten het voorstel aangepast zal worden. De afspraken die nu door het kabinet en sociale partners zijn gemaakt hebben voornamelijk betrekking op pensioenregelingen bij pensioenfondsen. Zij moeten nog worden vertaald naar pensioenregelingen die rechtstreeks bij een pensioenverzekeraar zijn ondergebracht. Want voor pensioenverzekeraars gelden toch weer andere omstandigheden dan voor pensioenfondsen. Wij zetten de belangrijkste punten op een rij.

Aanpassingen in de AOW

Verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 in 2020 en naar 67 in 2025
Sociale partners en kabinet hebben met elkaar afgesproken dat in 2020 de AOW-leeftijd naar 66 jaar gaat. Dit uitgangspunt zal voor de franchise in de pensioenopbouw per 2013 gelden. Al per 2015 zal voor de franchise in de pensioenopbouw het uitgangspunt gelden dat sprake is van een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar in 2025.

Het is mogelijk eerder of later te stoppen met werken en de ingangsdatum van de AOW hierop af te stemmen. Bij eerder stoppen resulteert dat in een lagere AOW-uitkering van 6,5% voor elk jaar dat deze uitkering eerder ingaat. Het is niet mogelijk de AOW-uitkeringen eerder dan op 65-jarige leeftijd te laten ingaan. Langer doorwerken en de AOW-uitkering later laten ingaan, levert voor elk jaar uitstel een 6,5% hogere AOW-uitkering op.

(Extra) indexatie van de AOW-uitkeringen
In de periode van 2013 tot 2028 vindt bovenop de gebruikelijke jaarlijkse verhoging een jaarlijkse extra indexatie van de AOW plaats met 0,6% per jaar van het huidige AOW-niveau voor een gehuwde.

De AOW en de extra verhogingen worden bovendien geïndexeerd met de loonontwikkeling in plaats van, zoals nu gebruikelijk, met de prijsontwikkeling.

Inkomensafhankelijke ouderenkorting
Vanaf 2020 komt een inkomensafhankelijke ouderenkorting van EUR 300 per jaar beschikbaar. Deze korting is gericht op de lagere inkomens. Vanaf een inkomen van EUR 18.000 wordt de korting geleidelijk met 5% afgebouwd. Tot 2020 blijft de huidige alleenstaande ouderenkorting volledig bestaan.

Aanpassingen in het aanvullend pensioen

Premiestabilisatie
Ten aanzien van de aanpassingen in het aanvullend pensioen is premiestabilisatie voor werkgevers en werknemers het uitgangspunt. Dat houdt in dat het huidige niveau van de totale premielast leidend is. Van verhogingen van de premie wegens een stijgende levensverwachting zal geen sprake zijn. Mocht om andere redenen een verlaging van de premies tot de mogelijkheden behoren, dan zal deze verlaging niet worden doorgevoerd, maar het ‘voordeel’ in de pensioensfeer worden aangewend.

Aanpassing pensioenrichtleeftijd
In aansluiting op de verhoging van de AOW-leeftijd zal per 2013 de toekomstige pensioenopbouw zijn gebaseerd op een pensioenrichtleeftijd van 66 jaar in 2020. Per 2015 zal een pensioenrichtleeftijd gaan gelden van 67 jaar in 2025. Vervolgens is het de bedoeling dat elke 5 jaar wordt bepaald wat de nieuwe pensioenrichtleeftijd 10 jaar later wordt. De nieuwe pensioenrichtleeftijd is afhankelijk van de gemiddelde levensverwachting op het moment van aanpassen.

Pensioenregelingen zullen moeten worden getoetst of en in hoeverre deze na de verhoging van de pensioenrichtleeftijd (nog) voldoen aan een actuarieel herrekend ouderdomspensioen op 65-jarige leeftijd.

Onderzoek naar passend fiscaal kader
Er zal een onderzoek plaatsvinden hoe een passend en eenduidig fiscaal kader, het zogenaamde Witteveenkader, kan worden vormgegeven. Ontwikkeling van rendementen en levensverwachting en de mogelijkheid dat financiële meevallers behouden blijven voor het collectief kunnen tot gevolg hebben dat de pensioenopbouw buiten de huidige fiscale randvoorwaarden terecht komt. Onderzocht moet worden op welke wijze de fiscale kaders kunnen ‘meebewegen’ met het beoogde pensioensysteem.

Koppeling tussen franchise en verhoging van de AOW
Er blijft een directe koppeling tussen de franchise en de (extra) verhoging van de AOW. Dat betekent dat bij gelijkblijvende opbouwpercentages en gelijkblijvend pensioengevend salaris de overeengekomen maatregelen leiden tot een verlaging van de pensioenopbouw in de tweede pijler.

En verder …

Levensloop-, spaarloon- en vitaliteitsregeling
In de komende periode komt een concrete uitwerking van de integratie van de levensloop- en de spaarloonregeling tot een vitaliteitsregeling, inclusief een overgangsregeling levensloop.

Gevolgen voor rechtstreeks verzekerde regelingen
Over de vertaling van de tussen het kabinet en de sociale partners gemaakte afspraken naar de zogenoemde rechtstreeks bij pensioenverzekeraars verzekerde regelingen zullen sociale partners en kabinet in overleg treden met de pensioenverzekeraars.

Wat betekent dit voor de werkgever? 

Het wetsvoorstel dat het kabinet vorige maand heeft ingediend, wordt gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de maximumopbouwpercentages per 2013 niet worden verlaagd. Het gaat nu alleen om een verhoging van de AOW en de pensioenrichtleeftijd. De gevolgen van de afspraken verschillen per pensioenregeling. Hiervoor is toetsing van de huidige pensioenregeling aan de nieuwe fiscale kaders nodig. De maatregelen bewerkstelligen wel dat de deelnemer bij gelijkblijvende AOW en pensioenleeftijd lagere uitkeringen ontvangt. Het is aan de werkgever of hij de pensioenregeling hierop wil dan wel moet aanpassen.

De volgende stappen
Het streven is om de gemaakte afspraken zo snel mogelijk om te zetten in wetgeving, zodat de maatregelen per 1 januari 2013 kunnen ingaan. Genoemde voorstellen en onderzoeken moeten dus op korte termijn opgeleverd en concreet worden.

Hans van den Berg, Fiscale Zaken
Poul Gelderloos, Juridische Zaken / Praktijkgroep Pensioenrecht
Direct contact

020 - 347 84 78

Of stel een vraag