Aandachtspunten bij waardeoverdracht voor werknemers
Waardeoverdracht is oorspronkelijk bedoeld om pensioenbreuk te voorkomen. Door toeslagen (indexaties) op premievrije pensioenen en het zeldzaam worden van eindloontoezeggingen, worden andere aspecten belangrijker. Deze aspecten kunnen voor ieder persoon anders zijn. Hieronder vindt u een aantal belangrijke aandachtspunten bij waardeoverdracht. Niet limitatief en ook niet leidend tot een duidelijk advies van een werkgever of P&O-afdeling, maar wel goed om werknemers mee te geven en te laten bespreken met een adviseur.
Type pensioenregeling
Is de nieuwe pensioenregeling een eindloonregeling en verwacht de werknemer naast de gebruikelijke loonindexaties salarisstijgingen mee te maken, dan heeft waardeoverdracht een positief effect op de pensioenopbouw. Bij alle andere typen pensioenregelingen is dat moeilijker te voorspellen. Dit komt omdat ingeschat moet worden wat de rentestand op pensioendatum is, hoe beleggingen renderen en/of hoe de pensioenen in de nieuwe regeling worden geïndexeerd.
Nabestaandenpensioen
De behoefte van de werknemer aan overlijdensdekking is belangrijk. Het kan namelijk zijn dat de nieuwe pensioenregeling geen nabestaanden- en/of wezenpensioen kent en de vorige wel. In dat geval zal de waarde van het nabestaanden- en/of wezenpensioen aangewend worden voor de inkoop van een hoger ouderdomspensioen. Het recht op nabestaandenpensioen vervalt hierbij. Een premievrij pensioen kan ook een uitkering bij overlijden bieden, bijvoorbeeld 0%, 90% of 110% van de spaarpot. Of van 70% van het ouderdomspensioen.
Indexatie
Veel pensioenregelingen kennen een indexatiebeleid. Indexaties uit het verleden zeggen echter weinig over de toekomst. Raadzaam is na te gaan hoe het indexatiebeleid eruit ziet en wat eventueel het beleggingsbeleid is van de oude en de nieuwe pensioenuitvoerder. Ook kan het deelnemerbestand voorspellende waarde hebben. Als een pensioenfonds een jong deelnemersbestand heeft met weinig slapers en het nieuwe pensioenfonds een oud deelnemersbestand met veel slapers, dan is dat een indicatie dat waardeoverdracht een negatief effect kan hebben.
Pensioenleeftijd
Nieuwe pensioenregelingen kennen geen prepensioen meer. Een prepensioenregeling biedt meer flexibiliteit bij eerder stoppen met werken. Die flexibiliteit gaat verloren bij waardeoverdracht. Ook hebben pensioenregelingen vaak een verschillende pensioenleeftijd. De waarde van de pensioenrechten verandert niet door het hanteren van een andere pensioenleeftijd. Maar voor de flexibiliteit is het wel van belang.
Flexibiliteit gedurende opbouwfase
Pensioenregelingen kunnen allerlei mogelijkheden bieden om in te spelen op veranderende wensen of behoeften. Bijvoorbeeld wel of niet meeverzekeren van nabestaandenpensioen, beleggingsmogelijkheden en garanties. Hoe flexibeler een nieuwe pensioenregeling, hoe gunstiger waardeoverdracht is.
Flexibiliteit op pensioendatum
Let op het wel of niet toestaan van flexibiliseringsmogelijkheden als uitstel, vervroegen, deeltijd en variabiliseren op de pensioendatum. Hoe meer flexibiliteit de nieuwe pensioenregeling biedt, hoe gunstiger het is de waarde over te dragen.
Risicospreiding
Door pensioengeld te spreiden over meerdere pensioenuitvoerders (niet overdragen) wordt het risico gespreid. Er zijn tientallen redenen waardoor bijvoorbeeld een pensioenfonds minder goed presteert dan een ander fonds. Dat kan lagere indexaties of zelfs afstempelen (verlagen) van pensioenuitkeringen inhouden. Dat kan een afweging zijn om geen waardeoverdracht te doen.
Kostenonttrekkingen
Er bestaan beleggingspensioenen die nauwelijks kosten onttrekken na premievrijmaking. Maar er zijn ook pensioenuitvoerders die juist veel kosten onttrekken. Soms door poliskosten in rekening te brengen, vaak door het hanteren van hoge fondskosten. Hoe lager de kosten van het premievrije beleggingspensioen, hoe minder gunstig het wordt de waarde over te dragen naar een ander beleggingspensioen.
Administratieve eenvoud
Wordt vaak gewisseld van werkgever, dan kunnen er veel verschillende soorten pensioenregelingen naast elkaar ontstaan. Door bij wisseling van werkgever altijd waardeoverdracht te vragen, wordt de pensioenopbouw uitgevoerd door dezelfde pensioenuitvoerder. Dat voorkomt veel papierwerk en correspondentie als een uitkering moet worden aangevraagd.
Afkoop van pensioen
Door veel verschillende premievrije pensioenen naast elkaar te laten bestaan, bestaat het risico dat pensioenuitvoerders kleine pensioenuitkeringen niet in laten gaan maar ineens afkopen. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor het inkomensplaatje, tenzij extra liquiditeit op dat moment toevallig goed uitkomt.
