Verduidelijking van het nieuwe staffelbesluit
In het nieuwe staffelbesluit van 21 december 2009 wordt aangegeven, dat alle bestaande beschikbarepremieregelingen vóór 1 januari 2015 moeten worden aangepast aan de uitgangspunten van het nieuwe besluit. In i-tems van januari 2010 zijn wij uitvoerig ingegaan op dit besluit. Niet zeker was of een regeling op basis van een bruto-staffel, die onder de netto-staffel blijft, voldoet aan het nieuwe besluit. De Belastingdienst heeft duidelijkheid gegeven.
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst heeft ons laten weten dat de formulering van de pensioentoezegging bepalend is. Als er alleen een beschikbarepremiestaffel is toegezegd en alle voorkomende kosten worden daaraan onttrokken, terwijl de netto-staffel een hoger percentage toestaat, dan blijft de premietoezegging binnen de fiscale kaders.
Voorbeeld 1
Een werknemer van 35 jaar heeft op basis van de huidige bruto-staffel recht op een premie van 7% van de pensioengrondslag (PG). Volgens de netto-staffel mag hij een toezegging hebben van 10,9% netto van de PG. De huidige toezegging blijft binnen de kaders van de netto-staffel. Er is dus geen bovenmatigheid.
Is een beschikbarepremiepercentage toegezegd en zijn de kostenopslagen daarnaast ook exact in de toezegging bepaald, dan moeten die kostenopslagen ook de werkelijke kosten zijn. Het gebruiken van (hogere) fictieve kostenopslagen die niet overeenstemmen met de (lagere) werkelijke kosten, kan ertoe leiden dat een deel van de kostenopslag wordt gebruikt voor een hogere pensioenopbouw. De exact bepaalde pensioentoezegging komt dan niet overeen met de belegde pensioenpremie.
Voorbeeld 2
Een werknemer heeft een pensioentoezegging met een premie van 6%. De fictieve kostenopslag bedraagt 2% terwijl de werkelijke kosten 1,5% bedragen. Het verschil van 0,5% wordt voor pensioenopbouw gebruikt. Uiteindelijk wordt 6,5% aan pensioenpremie beschikbaar gesteld. Dit komt niet overeen met de pensioentoezegging.
Nu de fiscaal maximale netto-premie 10,9% mag bedragen, is er geen sprake van een onzuivere pensioentoezegging.
Bij aanvullend pensioensparen kan deze systematiek overigens wel tot een te hoog (onzuiver) pensioen leiden. Bij de aanvullende regeling wordt namelijk uitgegaan van een premie van 6%, terwijl daadwerkelijk 6,5% beschikbaar wordt gesteld. Voor de aanvullende regeling is in dit geval dus minder beschikbaar.
Kanttekeningen Zwitserleven
In i-tems van januari 2010 hebben wij het nieuwe staffelbesluit besproken. Enkele onduidelijkheden over het staffelbesluit hebben wij voorgelegd aan het CAP van de Belastingdienst. Het CAP geeft onder meer richtlijnen over de interpretatie van besluiten van de staatssecretaris.
Tot de publicatie van het nieuwe staffelbesluit werd bij de beschikbarepremieregelingen uitgegaan van een fictieve kostenopslag van 10%. Als de werkelijke kosten lager zijn, wordt een deel van de kostenopslag in de premie gebruikt voor een hogere pensioenopbouw.
Het nieuwe staffelbesluit vereist meer transparantie. Vooral regelingen waarin nu nog (nagenoeg) maximale bruto-staffels worden gehanteerd of die een bijspaarmogelijkheid kennen, vragen om aandacht. Dergelijke regelingen zouden per 1 januari 2015 onzuiver kunnen worden.
