Editie april 2010
Kosten in belegpensioenregeling te hoog?
Onlangs is een compensatieregeling voor belegpensioenen bekend gemaakt. Deze regeling vindt haar oorsprong in ontevredenheid van werknemers bij wie de verwachtingen over hun pensioen kennelijk hoger waren dan verzekeraars konden waarmaken. Maar dat komt niet altijd door te hoge kosten in de belegpensioenenverzekering. Maar als die eventuele teleurstelling werd ingegeven door slechte beleggingsresultaten is dat natuurlijk weer van een geheel andere orde.
Voor compensatie in aanmerking komende kosten
Verzekeraars kunnen beleggings-, administratie- en provisiekosten in rekening brengen op de beleggingswaarde en/of op pensioenpremies. Vaak zijn de administratiekosten gering bij pensioencontracten met relatief dure beleggingsfondsen. Administratiekosten zijn vaak hoog bij relatief goedkope beleggingsfondsen. De toetsnorm zoals door het Verbond van Verzekeraars is geadviseerd bedraagt 1,5% kosten per jaar van de beleggingswaarde én 9,5% kosten per jaar in te houden op de pensioenpremie.
Toetsnorm uitruilbaar
Een belegpensioen met 1% kosten op de beleggingswaarde én 12% inhouding op premiebetalingen kan onder de toetsnorm blijven. Dat kan ook gelden voor belegpensioen met 2% kosten op de beleggingswaarde zonder inhouding op de pensioenpremie. Hoe dat kan? De 1,5% kosten per jaar van de beleggingswaarde en de 9,5% kosten per jaar van de pensioenpremie mogen onderling worden uitgeruild. Als de ene kostensoort omlaag gaat, mag de andere soort hoger worden. Mag, het moet niet.
Provisiekosten
Over de betaling van de kosten van de pensioenadviseur het volgende. Als deze provisiekosten worden ingehouden op de beschikbare pensioenpremie, dan worden deze inhoudingen betrokken in de hiervoor genoemde toetsnorm.
Premies voor arbeidsongeschiktheids- en/of overlijdensdekking
Vaak wordt bij overlijden een pensioen aan partner en/of kinderen uitgekeerd. Ook komt veel voor dat verzekeraars de premiebetaling overnemen bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Daar rekenen verzekeraars risicopremies voor. Deze risicopremies komen niet voor compensatie in aanmerking, tenzij oneigenlijke kostenopslagen in rekening zijn gebracht.
85% komt niet in aanmerking voor compensatie
Geschat is dat circa 15% van (gewezen) deelnemers aan een belegpensioen voor compensatie in aanmerking komt. Maar dat wil niet zeggen dat 85% van de (gewezen) deelnemers tevreden zal zijn over de waarde van hun belegpensioen. Dat kan veroorzaakt worden door andere factoren dan kosten.
Overige factoren die opbouw ouderdomspensioen beïnvloeden
De maximale opbouw is fiscaal begrensd. Maar juridisch of fiscaal wordt geen minimumeis gesteld aan de hoogte van de pensioenopbouw. En de minimale AOW-franchise wordt wettelijk voorgeschreven, in 2010 € 12.673,-. Een werkgever kan dus een lager pensioen overeenkomen dan wettelijk (juridisch of fiscaal) is toegestaan. Ook een hogere AOW-franchise leidt tot een lagere pensioenopbouw. Daarnaast kan het salaris dat een werknemer verdient, bestaan uit bestanddelen die niet meetellen voor pensioenopbouw.
Er is dus een groot aantal oorzaken aan te wijzen dat leidt tot een lager pensioen dan de werknemer verwacht. En dan hebben we het nog niet eens over tegenvallende beleggingsresultaten gehad.
Conclusie
Het is zinvol de pensioenopbouw regelmatig goed te analyseren en informatie in te winnen over keuzen en gevolgen daarvan. Verzekeraars communiceren daar niet altijd even duidelijk over, maar zijn wel bereid openheid te geven. Belangrijk is dat de verwachtingen en de werkelijkheid niet te ver uit elkaar komen te liggen.
