Houd rekening met het keuringsrecht bij pensioen!

Sinds 1 januari 1998 is de Wet op de Medische Keuringen (WMK) van kracht. Voor invoering van deze wet konden verzekeraars aan de hand van een gezondheidsvragenlijst een risico-inschatting maken. Op basis van deze inschatting kon een keuring, premieopslag, opnemen van één of meer uitsluitingen en/of zelfs weigering plaatsvinden. Door het van kracht worden van de WMK zijn deze mogelijkheden in arbeidsrelaties grotendeels weggevallen. Zelfs een vraag naar het wel of niet roken is in de pensioensfeer niet toegestaan. In sommige gevallen mag echter toch nog om een keuring worden gevraagd. 

Doelstellingen en werking WMK
De WMK beoogt te voorkomen dat medische keuringen de toegang tot arbeid onredelijk zouden belemmeren. De WMK beoogt ook de rechtspositie te versterken van de werknemer die door een pensioenverzekeraar wordt beoordeeld in verband met het afsluiten van een pensioenvoorziening of een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Toegestane keuringen
Hoofdregel is dat verzekeraars werknemers niet mogen keuren als een verzekering wordt gesloten in het kader van afspraken tussen werkgever en werknemer(s). Verzekeraars mogen wel DGA’s keuren die niet onder de beschermende werking van de Pensioenwet vallen. Ook mogen verzekeraars werknemers keuren indien aan de vervulling van de functie bijzondere eisen van medische geschiktheid worden gesteld. Maar de meest voorkomende vorm van keuring, en daar gaan de meeste discussies over, is die van de zogenaamde spijtoptanten.

Spijtoptant
Een spijtoptant is een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die een eerder gemaakte keuze wenst te herzien. Bij wijziging van een eerder gemaakte keuze mag de verzekeraar medische waarborgen verlangen. Als een werknemer met een partner bijvoorbeeld in eerste instantie opgeeft geen nabestaandenpensioen nodig te hebben, maar later toch een nabestaandenpensioen wenst mee te verzekeren, is dat wijziging van een eerder gemaakte keuze. Dat geldt natuurlijk ook voor een regeling met dekking van het arbeidsongeschiktheidsrisico op vrijwillige basis. Als de werknemer opgeeft nog geen arbeidsongeschiktheidspensioen nodig te hebben, betekent een later verzoek van de deelnemer om toch te voorzien in arbeidsongeschiktheidspensioen ook een wijziging van de eerder gemaakte keuze. Met andere woorden, het besluit om af te zien van een bepaalde pensioensoort wordt als een keuze beschouwd.

Bezint eer ge begint
Een werknemer moet beseffen dat het recht op risicodekkingen in een pensioenregeling zonder gezondheidsvragen een belangrijk goed is. Te laconiek omgaan met het niet meeverzekeren van overlijdens- en/of arbeidsongeschiktheidsverzekeringen is niet zonder risico. Regelmatig komt het voor dat dit in een pensioenregeling wordt toegestaan. Later terugkomen op zo’n keuze kan betekenen dat door een verslechterde gezondheidstoestand de weg naar een adequate verzekering is afgesloten. Daarom: bezint eer ge begint!

Direct contact

020 - 347 84 78

Of stel een vraag