Editie oktober 2011
Het pensioenakkoord vastgelegd in wetsvoorstellen
Ongeveer een maand geleden zijn de laatste stappen gezet om tot een pensioenakkoord te komen. Minister Kamp zou het wetsvoorstel snel indienen. Voor eind september moest het er zijn, maar het kwam uiteindelijk pas half oktober. In het ingediende wetsvoorstel zien wij toch nog een aantal (kleine) wijzigingen ten opzichte van het overzicht van maatregelen zoals geschetst in de i-tems van september.De sociale partners kwamen half september tot overeenstemming of besloten, al dan niet eensgezind, in te stemmen met het akkoord. De Tweede Kamer heeft uitvoerig met het kabinet gesproken over de randvoorwaarden, gevolgen van het akkoord en haar eigen wensen. Minister Kamp is de Kamer tegemoet gekomen in haar wensen en heeft vervolgens het groene licht gekregen om een en ander in één of meer wetsvoorstellen bij het parlement in te dienen. Wij hebben u hierover uitvoerig geïnformeerd in de i-tems van september 2011 die in het teken van het pensioenakkoord en Prinsjesdag stond.
Afgelopen week verscheen het door minister Kamp toegezegde wetsvoorstel. In dit wetsvoorstel staat slechts een deel van de afspraken die in het pensioenakkoord zijn gemaakt. Het gaat om de aanpassing van de AOW en het Witteveenkader. Andere afspraken hebben nog niet geleid tot wetsvoorstellen omdat nog allerlei onderzoek moet worden gedaan.
In grote lijnen sluiten de maatregelen in het wetsvoorstel aan bij de eerder gemaakte afspraken tussen sociale partners, de toezeggingen aan de Tweede Kamer en eerdere uitspraken en publicaties van het ministerie van SZW. We hadden niet anders verwacht.
Maar we zien toch nog een aantal (kleine) wijzigingen en verduidelijkingen ten opzichte van het overzicht van maatregelen zoals geschetst in de i-tems van september, namelijk:
- AOW: de korting op een eerder ingaande AOW-uitkering bedraagt 6,5% per jaar van het netto AOW-pensioen. Het bruto kortingspercentage is afhankelijk van veel factoren en wordt per ministeriële regeling vastgesteld. Op dit moment zou het leiden tot een kortingspercentage van 7,2% van het bruto AOW-pensioen. Daarnaast wordt bij vervroeging van de ingangsdatum van het AOW-pensioen een compensatie gegeven voor de AOW-premie die voor de pensioendatum verschuldigd is. Uitstellen van de ingangsdatum van de AOW uitkering leidt tot een verhoging van 6,5% van het bruto AOW-pensioen voor elk jaar dat de AOW later ingaat.
- Pensioen: De AOW wordt in de periode van 2013 tot en met 2028 extra verhoogd. Deze extra verhoging bedraagt 0,6% van het huidige AOW-pensioen van een gehuwde. Deze extra verhoging moet worden meegenomen bij de AOW-inbouw in pensioenregelingen (de franchise).
- Lijfrente: het percentage in de formule voor de berekening van de lijfrenteaftrek (jaarruimte) wordt per 1 januari 2013 verlaagd naar 16,4% in plaats van 16,5% (is nu 17%) en per 1 januari 2015 naar 15,8% in plaats van 16%. Voor ieder jaar dat hierna de pensioenrichtleeftijd met 1 jaar wordt verhoogd, wordt het percentage met 0,6% verlaagd (in plaats van 0,5%).
- Oudedagsreserve: het dotatiepercentage in de oudedagsreserve wordt per 1 januari 2013 verlaagd naar 11,6% in plaats van 11,7% (is nu 12%) en per 1 januari 2015 naar 11,2% in plaats van 11,4%. Voor ieder jaar dat hierna de pensioenrichtleeftijd met 1 jaar wordt verhoogd, wordt het percentage met 0,4% verlaagd (in plaats van 0,3%).
- Uitvoerbaarheid: de Sociale Verzekeringsbank heeft aangegeven dat de voorgestelde wijzigingen alleen per 1 januari 2013 kunnen worden uitgevoerd als de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel voor 1 april 2012 is afgerond. Wordt die datum niet gehaald, dan zullen de maatregelen met betrekking tot de AOW ingaan per 1 januari 2014.
Commentaar Zwitserleven
- Een verlaging van het maximale jaarlijkse percentage voor pensioenopbouw is niet meer aan de orde. De vraag is of de door het kabinet beoogde besparing dan wel zal worden bereikt. Bij introductie van de wetgeving over VUT, prepensioen en levensloop (VPL-wetgeving) hebben we ook gezien dat de algemene tendens is dat de versobering van de pensioenregeling op het ene gebied leidt tot compensatie op het andere gebied. Een verhoging van het opbouwpercentage tot het fiscaal toegestane maximum was toen het gevolg.
- De ingangsdatum van het AOW-pensioen wordt verschoven naar 66 jaar in 2020 en naar 67 jaar in 2025. Conform de door en met sociale partners gemaakte afspraken wordt door flankerende maatregelen bewerkstelligd dat de financiële effecten van een vervroeging van de AOW naar 65-jarige leeftijd min of meer teniet wordt gedaan. Een belangrijke reden voor het kabinet om de ingangsdatum van het AOW-pensioen te verhogen, wordt hiermee ondergraven.
Poul Gelderloos, Juridische Zaken
Praktijkgroep Pensioenrecht
