Ook geen bonusprovisie voor pensioencontracten
De wereld van de financiële dienstverlening is behoorlijk in beweging. Onder het Besluit Gedragstoezicht Financiële Ondernemingen Wft (Bgfo) wordt afscheid genomen van veel gebruikelijke beloningsvorming voor de adviseur. Dat geldt ook voor de pensioenadviseur. De politiek heeft ingezet op het uiteindelijk bereiken van het zogenaamde CAR-model. CAR staat voor Customer Agreed Remuneration. In dat model komt de werkgever zelf de provisie met de tussenpersoon overeen en blijft de verzekeraar als ‘aanbieder’ daar buiten.
Alleen afsluit- en doorlopende provisie
De mogelijkheden tot het verstrekken of ontvangen van geldelijke beloningen worden beperkt tot afsluit- en doorlopende provisie. De hoogte van deze provisie moet door de tussenpersoon aan de werkgever bekend worden gemaakt. Vaste schap- en distributievergoedingen van de verzekeraar voor de tussenpersoon zijn niet meer toegestaan.
Geen beloningen in natura meer
Het verstrekken door de verzekeraar aan de tussenpersoon van niet-geldelijke beloningen is slechts onder voorwaarden mogelijk. Dat is alleen toegestaan als die niet-geldelijke beloning de kwaliteit van de dienstverlening ten goede komt en geen afbreuk doet aan de inzet voor de belangen van de klant. Seminars (deskundigheid!) en software voor productvergelijking (klantbelang!) lijken dan probleemloos te kunnen. Uiteraard is er bagatelregeling voor niet-geldelijke vergoedingen van minder dan € 100 (het bosje bloemen, de fles wijn of het kerstpakket).
Inducement
Het Bgfo wordt gezien als gecompliceerde regelgeving en bevat zo veel onderwerpen dat daar in dit korte bestek niet integraal aandacht aan kan worden besteed. Toezichts- en uitvoeringskosten worden als fors gezien. Eén van de uitgangspunten van de nieuwe regeling betreft de ook voor pensioenverzekeringen geldende inducement-norm. De provisie moet de kwaliteit van de betreffende dienst ten goede komen en de provisie mag geen afbreuk doen aan de op de tussenpersoon rustende verplichting om zich in te zetten voor de belangen van de klant. Die norm bepaalt kort gezegd dat de provisie voor de tussenpersoon in goede verhouding moet staan met de door hem geleverde prestatie. De inducement-norm geldt echter niet in het CAR-model. De werkgever zal dan daarop dus zelf alert moeten zijn.
Toon gezet
‘Eigenlijk zouden financieel adviseurs helemaal geen provisie meer moeten ontvangen’, aldus de AFM in een recente uitspaak. De tussenpersoon ontvangt dan geen provisies meer van derden (de verzekeraar) maar brengt de kosten direct in rekening bij de klant. Met dit als uitgangspunt zal het gebruik van afsluit- en doorlopende provisie een tussenfase zijn met op termijn het CAR-model als ‘regel’. Het Bgfo heeft de kaarten in de Financiële Dienstverlening opnieuw geschud. Wordt vervolgd.
