AOW-leeftijd wordt verhoogd; kabinet zet in op 67 jaar
Na drie weken radiostilte en een kort overleg met sociale partners kwam het kabinet eind maart met het pakket aan maatregelen voor de bestrijding van de kredietcrisis. Daarbij was op pensioengebied een principiële knoop (voorlopig) doorgehakt: vanaf 2011 wordt de AOW-leeftijd jaarlijks met één maand verhoogd. De FNV ziet nog mogelijkheden om de AOW-leeftijd op 65 jaar te houden. Werkgevers en werknemers krijgen daarom tot dit najaar de tijd om een alternatief plan te ontwikkelen. Toch alvast een paar opmerkingen en kanttekeningen bij de kabinetsplannen.
Een aantal kanttekeningen
Overgangsperiode te lang
Een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar is niet wenselijk. Daarvoor zijn een aantal redenen te geven. Als de AOW-leeftijd jaarlijks met 1 maand wordt verhoogd, duurt het 24 jaar voordat de 67-jarige leeftijd is bereikt. Er moet dan dus overgangsrecht gelden tot 2035.
Voor aanvullende pensioenregelingen een ramp
Laten we ervan uitgaan dat de aanvullende pensioenregelingen de verhoging van de AOW-leeftijd zullen volgen. Administratief en uitvoeringstechnisch is een jaarlijkse verhoging met één maand voor aanvullende pensioenregelingen een ramp. Er is sprake van een zich jaarlijks wijzigende pensioendatum. Daarnaast geldt in feite een leeftijdsafhankelijke pensioendatum.
| Voorbeeld |
|---|
| Iemand die op 1 januari 1961 is geboren zou oorspronkelijk op 65-jarige leeftijd, dus op 1 januari 2026 met pensioen gaan. Maar in 2026 is de pensioenleeftijd niet meer op 65 jaar. Omdat sinds 2011 al 15 jaar zijn verstreken is de pensioenleeftijd 15 maanden later, dus op 1 april 2027. Helaas is door toepassing van de eerste 15 maanden een jaartje meer verstreken en gaat betrokkene dan pas op 1 mei 2027 met pensioen, 16 maanden later. |
Behalve de uitvoeringstechnische rompslomp van deze verschuivende pensioendatum ligt ook een mogelijke leeftijdsdiscriminatie in het verschiet: een oudere kan minder jaren pensioen opbouwen dan een jongere.
Begrijpt de deelnemer nog wat van zijn pensioendatum?
De kabinetsvoorstellen leiden in feite tot 25 verschillende ‘pensioendata’. Als de pensioendatum wordt gekoppeld aan de AOW-leeftijd, wordt er jaarlijks pensioen opgebouwd dat ingaat op een andere leeftijd.
Aandachtspunten
Een aantal onderwerpen vergt bijzondere aandacht:
- Op korte termijn moeten alle sociale verzekeringswetten worden aangepast om te bewerkstelligen dat er een naadloze aansluiting is en blijft tussen de AOW-uitkering en andere sociale zekerheidsuitkeringen.
- Als de AOW- en de pensioendatum afhankelijk is van de leeftijd van de werknemer is in beginsel sprake van ongelijke behandeling naar leeftijd. Hiervoor moet een oplossing komen.
- De verplichte ontslagdatum staat nu op 65 jaar. Deze datum schuift dus jaarlijks een maandje op.
- Ook de fiscale regelgeving moet jaarlijks worden aangepast: in de tarieftabel en de houdbaarheidsbijdrage is een onderscheid van toepassing op inkomsten voor en na de AOW-datum
- Verschuiving van de AOW-datum heeft ook gevolgen voor de lijfrentesfeer.
- De vraag is of er een overgangsregelingen voor 50-/55-plussers moet komen. En zo ja, hoe moet die regeling er dan uitzien?
Er is een alternatieve mogelijkheid om de AOW- en pensioenleeftijd te verhogen naar 65 jaar. Elders in deze aflevering van i-tems leest u daarover meer.
Drs Poul Gelderloos
FiZie, Fiscale en juridische zaken & beleid
Fizie@zwitserleven.nl
