Zwitserleven biedt aanvulling op Ontwerprichtlijn 2009 RJ271

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) heeft begin februari een opmerkelijke ontwerprichtlijn gepubliceerd. De kern van de richtlijn is dat een groot aantal Nederlandse niet-beursgenoteerde bedrijven niet meer te maken zouden krijgen met complexe verslaggevingseisen voor hun pensioenvoorzieningen. Is het Zwitserleven IFRS pensioen daardoor achterhaald?

Onderscheid naar risicodeling in plaats van onderscheid naar soort pensioenregeling
De huidige richtlijn RJ271 is afgeleid van de internationale pensioenstandaard IAS19. Deze laatste is niet goed te gebruiken voor de Nederlandse situatie. Dit komt omdat er in IAS19 een duidelijk onderscheid is tussen salarisdiensttijdregelingen enerzijds en beschikbare premieregelingen anderzijds. IAS19 laat hieruit de risicodeling tussen werkgever en werknemer voortvloeien. In grote lijnen komt het er dan op neer dat bij een salarisdiensttijdregeling het risico bij de werkgever ligt en bij een premieregeling bij de werknemer.

De RJ is van mening dat er in het overgrote deel van de Nederlandse pensioenregelingen sprake is van een verdeling van de risico’s tussen de betrokken partijen. Daarom is het risico niet uitsluitend toe te wijzen aan één van hen. De gepubliceerde Ontwerprichtlijn speelt hierop in door het onderscheid naar soort pensioenregeling niet meer doorslaggevend te laten zijn.

Gevolgen voor Nederlandse niet-beursgenoteerde ondernemingen
Vooral voor Nederlandse niet-beursgenoteerde ondernemingen heeft de Ontwerprichtlijn gevolgen. Door de richtlijn worden deze bedrijven bevrijd van de plicht om alle tekorten en overschotten die uit hun pensioenregeling voortvloeien te verantwoorden in hun jaarrekening. Dat scheelt voor deze bedrijven bij de samenstelling van de jaarrekening een groot aantal complexe berekeningen.

Ingangsdatum Ontwerprichtlijn
Tot 14 maart 2009 kunnen reacties op de Ontwerprichtlijn bij de Raad voor de Jaarverslaggeving worden ingediend. Het is de bedoeling van de RJ om de Ontwerprichtlijn in het voorjaar van 2009 in een definitieve richtlijn om te zetten. De Richtlijn is dan van toepassing op boekjaren die vanaf 1 januari 2010 aanvangen.

De RJ heeft echter gemeld dat het bij uitzondering nu al is toegestaan dat ondernemingen van de bepalingen in de Ontwerprichtlijn gebruik mogen maken. Dat zou betekenen dat deze ook al kunnen gelden voor boekjaar 2008. Voor Nederlandse niet-beursgenoteerde bedrijven is het daarom van belang om op korte termijn met hun accountant te overleggen of en in hoeverre de ‘oude rapportage’ nog wel nodig is.

De oplossing van Zwitserleven
Zwitserleven heeft een speciale IFRS oplossing voor bedrijven geïntroduceerd, zodat zij gemakkelijk aan de gestelde boekhoudeisen kunnen voldoen. Is deze oplossing nu achterhaald?
Nee, zeker niet. Hoewel voor een groot aantal bedrijven de verplichting zal verdwijnen om de mutaties via complexe berekeningen in het jaarverslag te verantwoorden, geldt voor andere bedrijven dat die verplichtingen er zeker nog zijn. En bovendien, de Zwitserleven oplossing voorkomt de schommelingen als gevolg van uitgaande waardeoverdrachten.

Daarnaast is de oplossing van Zwitserleven bruikbaar voor Nederlandse bedrijven met een buitenlands moederbedrijf die opname van mutaties in de jaarrekening verplicht stelt. De oplossing van Zwitserleven sluit daardoor mooi aan op de ontwerprichtlijn RJ271.

Hoe dan ook, afstemming met de accountant blijft altijd noodzakelijk.

Direct contact

020 - 347 84 78

Of stel een vraag