Reserve opbouw binnen traditionele pensioenproducten

Reserves kunnen zowel op basis van een 3% als een 4% rekenrente zijn berekend. Binnen bestaande traditionele garantiecontracten voor Defined Benefit (salarisdiensttijd) regelingen komen beide varianten voor.

Gevolgen van de omrekening naar 4%

Uit de markt komt soms de vraag of het mogelijk is om de liggende reserves op basis van 3% rekenrente om te rekenen naar 4%. Het omrekenen van een 3% reserve naar 4% zal binnen traditionele contracten kunnen leiden tot een vrijval (afhankelijk van de dekkingsgraad van zo'n contract en de overeengekomen garanties met de verzekeraar). Een belangrijke vraag is dan voor wie het geld is dat eventueel vrijvalt.

Vrijval van geld als buffer

Binnen contracten met gesepareerde beleggingen ligt het voor de hand om de vrijval als buffer in te zetten voor het opvangen van beleggingsrisico's. De vrijval wordt dan toegevoegd aan het weerstandvermogen, zodat de dekkingsgraad niet daalt. Ook kan het geld gedeeltelijk worden gereserveerd voor toeslagen.

De keerzijde hiervan is dat  er een direct effect op de winstcapaciteit van het contract zal ontstaan, omdat de toekomstige interest winstdeling zal dalen. Mogelijk heeft dit weer tot gevolg dat het toeslagenbeleid versoberd gaat worden met een daarbij behorende verslechtering van het toeslagenlabel. De werkgever kan hierdoor imagoschade oplopen.

Vrijval van geld teruggeven aan werknemers

Indien besloten wordt dat de vrijval geheel of gedeeltelijk (afhankelijk van de situatie) wordt teruggegeven, zal getoetst worden of dit volgens de wettelijke regels mag. Zo moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de maandelijkse bijdrage van werknemers aan de in het verleden opgebouwde pensioenen. Daarbij kregen zij een bepaalde toeslagen verwachting gecommuniceerd. De werknemers willen dat hieraan voldaan wordt. 

Voorzichtigheid geboden

Concluderend kan gesteld worden dat het omrekenen van reserves van 3% naar 4% rekenrente complex is. Er zitten veel haken en ogen aan. Zo heeft de omrekening belangrijke, negatieve gevolgen voor de winstcapaciteit van het contract met mogelijk negatieve gevolgen voor het toeslagenbeleid. Verder is het van belang dat er geen strijdigheid is met in het verleden gemaakte afspraken met werknemers, en voldaan wordt aan wettelijke regels. Het is te kort door de bocht om het zuiver en alleen als een rekentechnische exercitie te beschouwen.

Tot slot is het, met het oog op de huidige, lage kapitaalrente sowieso verstandig om terughoudend te zijn in de wens om oude rechten om te rekenen van 3% naar 4% rekenrente.

Direct contact

020 - 347 84 78

Of stel een vraag