Flitsende pensioenwetgeving. Iets te snel?!
In iets meer dan een week is een wetsvoorstel op pensioengebied ingediend bij de Tweede Kamer, daar besproken en aangenomen en vervolgens ook besproken en aangenomen door de Eerste Kamer. Nieuwe wetgeving kan dus heel snel tot stand komen, maar is het ook zorgvuldig genoeg gebeurd …?
Recente arresten van de Hoge Raad
De hoogste rechter in Nederland (de Hoge Raad) heeft vorige maand geoordeeld dat Nederland geen conserverende aanslag over de waarde van de pensioenaanspraken mag opleggen aan mensen die emigreren. Een conserverende aanslag is in deze situaties in strijd met de goede trouw die bij de uitleg en de toepassing van de belastingverdragen in acht moet worden genomen.
De reactie van de staatssecretaris van Financiën
Naar aanleiding van de arresten van de Hoge Raad (zie het artikel “De Hoge Raad schiet een gat in de belastingheffing op pensioenen”) heeft de staatssecretaris op 29 juni j.l. een wetsvoorstel ingediend om in alle verdragssituaties een conserverende aanslag te kunnen opleggen. Volgens de staatssecretaris laten de arresten van de Hoge Raad voldoende ruimte om de wet te wijzigen.
Het wetsvoorstel houdt in dat Nederland toch kan heffen bij emigranten die in Nederland met toepassing van de omkeerregel hun pensioen hebben opgebouwd. Naast de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer (op 7 juli) ingestemd met dit wetsvoorstel. De wet heeft terugwerkende kracht tot 29 juni 2009, 12.00 uur.
Verschil met de oude systematiek
Verschil met de oude systematiek is dat de heffing niet plaatsvindt over de waarde in het economische verkeer van de pensioenaanspraak op emigratiedatum (kortweg: de afkoopsom). In de nieuwe systematiek vindt de heffing plaats over de bedragen waarvoor bij de verwerving van de pensioen- of lijfrenteaanspraak een belastingvoordeel is genoten. Ofwel,belastingheffing over de som van de in het verleden betaalde pensioenpremies.
De nieuwe systematiek en berekeningswijze lijken in overeenstemming met een advies van de advocaat-generaal van de Hoge Raad uit 2002. Hij stelde toen dat het ‘terugnemen van premieaftrek’ niet hetzelfde is als het belasten van een afkoopsom. Het terugnemen van premieaftrek hoeft dan niet te worden getoetst aan de tekst van het verdrag.
Gevolgen voor pensioenuitvoerders
Het wetsvoorstel heeft ook gevolgen voor de pensioenuitvoerders (verzekeraars en pensioenfondsen). De Belastingdienst zou hen kunnen vragen om een opgave van de totale inleg in pensioen. En welke pensioenuitvoerder heeft nog inzicht in de historische gegevens uit een ver verleden? Bijvoorbeeld, inzicht in de ingelegde premie voor deelnemer X van werkgever Y gedurende de periode van bijvoorbeeld 1980 tot 1985 dat het pensioencontract bij pensioenverzekeraar Z werd uitgevoerd. De praktijk zal hiervoor handvatten moeten krijgen van de Belastingdienst.
Nog een paar vraagpunten
Het wetgevingstraject is zo snel gegaan dat er geen duidelijkheid is welke premie of welk deel van de premie wordt bedoeld. Een premie bestaat namelijk uit een spaardeel, een risicodeel en uit een deel dat dient ter dekking van de kosten. De premie voor het spaardeel dient om het oudedagspensioen veilig te stellen. De premie voor het risicodeel is bedoeld om een uitkering te kunnen krijgen als sprake is van overlijden of arbeidsongeschiktheid. Voor die premie is de tegenprestatie, de risicodekking van het betreffende jaar, al genoten. Moet dat deel van de premie dan toch worden meegenomen voor de fiscale heffing bij emigratie?
Het deel van de premie dat dient ter dekking van de kosten heeft betrekking op alle kosten die gedurende de looptijd van de verzekering worden gemaakt. Aangezien op het moment van emigratie een groot deel van de kosten al is gemaakt, is de compensatie door het kostendeel in de premie grotendeels ‘gebruikt’. Ook hier kan de vraag worden gesteld of dit deel van de premie moet worden meegenomen voor de fiscale heffing bij emigratie.
Verwacht wordt dat de praktijk bij de uitvoering nog op tal van onduidelijkheden en vragen zal stuiten.
Kortom, de snelheid van wetgeving laat nog een groot aantal uitvoeringsvragen ter beantwoording open.





